Op grond van onderstaande kengetallen en rekening houdende met het weerstandsvermogen (op grond van de risicomatrix), beschikt de gemeente Waalwijk over een gezonde financiële positie. Weliswaar heeft de gemeente een relatief hoge schuldpositie, maar deze is door het hoge investeringsniveau in de afgelopen jaren goed te verklaren.
Bedragen x € 1.000
Tabel 1 - Netto schuldquote
| |
Bij begroting ultimo jaar |
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
|
A
|
Vaste schulden (cf. art.46 BBV) |
132.426 |
138.316 |
144.876 |
|
B
|
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) |
17.932 |
18.214 |
17.886 |
|
C
|
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) |
20.000 |
26.687 |
31.307 |
|
D
|
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) |
0 |
0 |
0 |
|
E
|
Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) |
10.000 |
15.908 |
15.684 |
|
F
|
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) |
1.000 |
2.074 |
50 |
|
G
|
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) |
4.000 |
7.585 |
7.959 |
|
H
|
Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) (dus excl. mutaties reserves) |
210.399 |
190.710 |
220.803 |
| |
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G) / H ) x 100% |
74 % |
82,6 % |
77,1 % |
De werkelijke netto schuldquote bij jaarrekening wijkt af van de begroting. Deze afwijking zien we jaarlijks terugkomen. Bij de begroting worden alle geplande investeringen meegenomen in de berekening van de netto schuldquote. In de praktijk zien we dat veel van deze investeringen doorschuiven. Daardoor is het werkelijke percentage lager.
Tabel 2 - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
| |
Bij begroting ultimo jaar |
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
| A |
Vaste schulden (cf. art.46 BBV) |
132.426 |
138.316 |
144.876 |
| B |
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) |
17.932 |
18.214 |
17.886 |
| C |
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) |
20.000 |
26.687 |
31.307 |
| D |
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e en f) |
22.207 |
18.587 |
19.302 |
| E |
Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) |
10.000 |
15.908 |
15.684 |
| F |
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) |
1.000 |
2.074 |
50 |
| G |
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) |
4.000 |
7.585 |
7.959 |
| H |
Totale baten cf. art. 17 lid c BBV) (dus excl. mutaties reserves) |
210.399 |
190.710 |
220.803 |
| |
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G) / H ) x 100% |
63 % |
72,9 % |
68,4 % |
Tabel 3 - Solvabiliteitsratio
| |
|
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
| A |
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) |
96.949 |
111.255 |
113.036 |
| B |
Balanstotaal |
184.637 |
307.498 |
324.821 |
| |
Solvabiliteit (A/B) x 100% |
34 % |
36,2 % |
34,8 % |
Tabel 4 - Kengetal grondexploitatie
| |
Bij begroting ultimo jaar |
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
| B |
Totaal van activa van de in exploitatie genomen bouwgronden |
-12.270 |
-1.978 |
550 |
| C |
Totale baten cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) |
210.399 |
190.710 |
220.803 |
| |
Grondexploitatie B / C x 100% |
-6 % |
-1,04 % |
0,25 % |
Tabel 5 - Structurele exploitatieruimte
| |
Bij begroting ultimo jaar |
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
| A |
Totale structurele lasten |
210.908 |
167.187 |
180.056 |
| B |
Totale structurele baten |
211.309 |
176.559 |
190.450 |
| C |
Totale structurele toevoegingen aan de reserves |
- |
492 |
- |
| D |
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves |
910 |
1.531 |
867 |
| E |
Totale baten cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) |
210.399 |
190.710 |
220.803 |
| |
Structurele exploitatieruimte ((B-A) + (D-C)) / (E) x 100% |
0,62 % |
5,5 % |
5,1 % |
Tabel 6 - Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
| |
Bij begroting ultimo jaar (bedragen in € 1 / afgerond) |
Begroting 2025 |
Rekening 2024 |
Rekening 2025 |
| A |
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde |
391 |
378 |
390 |
| B |
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde |
201 |
189 |
202 |
| C |
Afvalstoffenheffing voor een gezin |
245 |
237 |
246 |
| D |
Eventuele heffingskorting |
|
|
|
| E |
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C+D) |
837 |
804 |
838 |
| F |
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 (bron: COELO) |
944 |
994 |
1.053 |
| |
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100% |
89 % |
80,9% |
79,6% |
De belastingcapaciteit woonlasten meerpersoonshuishouden wordt eenmaal per jaar door het COELO verstrekt.
Samenvattende toelichting op de belangrijkste financiële kengetallen
| |
Minst risicovol
|
Neutraal
|
Meest risicovol
|
Jaarrekening 2023
|
Jaarrekening 2024
|
Jaarrekening 2025
|
Begroting 2025
|
Begroting 2026
|
Begroting 2027
|
Begroting 2028
|
Begroting 2029
|
|
Netto schuldquote
|
<90%
|
90-130%
|
>130%
|
77%?
|
83%
|
77%
|
90%
|
96%
|
90%
|
113%
|
135%
|
|
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
|
<90%
|
90-130%
|
>130%
|
67%
|
73%
|
68%
|
78%
|
85%
|
80%
|
103%
|
123%
|
|
Solvabiliteitsratio
|
>50%
|
20-50%
|
<20%
|
39%
|
36%
|
35%
|
32%
|
30%
|
29%
|
26%
|
25%
|
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is niet-begrote financiële risico’s op te vangen zonder dat dit leidt tot bijstellingen van beleid of uitvoering. De beoordeling van het weerstandsvermogen vindt plaats door de relatie te leggen tussen de geïnventariseerde risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ontwikkeling van de financiële kengetallen zoals aanbevolen door de VNG.
Financiële positie en houdbaarheid
De netto schuldquote laat in de jaarrekeningen 2023 tot en met 2025 een niveau zien dat onder de door de VNG gehanteerde signaleringswaarde van 90% ligt. Daarmee is in deze jaren sprake van een relatief gunstige verhouding tussen de schuldenlast en de structurele baten. In de meerjarenbegroting neemt de netto schuldquote toe. In 2026 tot en met 2028 beweegt deze zich binnen de neutrale bandbreedte, terwijl in 2029 de grenswaarde van 130% wordt overschreden. Dit duidt op een toenemende financieringsdruk in combinatie met hogere kapitaallasten.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen ligt in alle jaren lager dan de ongecorrigeerde schuldquote. Tot en met 2027 blijft deze indicator onder de grens van 90%. In 2028 en 2029 bevindt de gecorrigeerde schuldquote zich binnen de neutrale bandbreedte. Hiermee wordt zichtbaar dat verstrekte leningen het risicobeeld van de schuldenpositie deels mitigeren, maar dat ook deze indicator een oplopende trend laat zien.
De solvabiliteitsratio bevindt zich gedurende de gehele periode binnen de door de VNG gehanteerde neutrale bandbreedte (20%–50%). Tegelijkertijd laat de ratio een structurele daling zien van 39% in 2023 naar 25% in 2029. Deze ontwikkeling wijst op een afnemende verhouding tussen eigen vermogen en het totaal vermogen, waardoor de financiële buffer om tegenvallers op te vangen geleidelijk kleiner wordt.
Relatie met weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit, bestaande uit onder andere de algemene reserve en overige vrij aanwendbare reserves, vormt het primaire instrument om financiële risico’s op te vangen. De dalende solvabiliteitsratio en de oplopende schuldquotes betekenen dat een groter deel van het vermogen is vastgelegd in activa en financiering, waardoor de flexibiliteit van het eigen vermogen afneemt.
Hoewel de financiële kengetallen gedurende de gehele planperiode grotendeels binnen de door de VNG gehanteerde normen blijven, laat de meerjarenraming zien dat:
- de ruimte om nieuwe financiële risico’s op te vangen afneemt;
- het belang van behoud en inzetbaarheid van de algemene reserve toeneemt;
- schommelingen in baten of tegenvallers bij investeringsprojecten relatief sterker kunnen doorwerken op het weerstandsvermogen.
Beoordeling weerstandsvermogen
In samenhang bezien kan worden geconcludeerd dat het weerstandsvermogen in de jaarrekeningen nog voldoende aansluit bij het risicoprofiel van de gemeente, maar dat in de meerjarenbegroting sprake is van een toenemende spanning tussen risico’s en beschikbare weerstandscapaciteit. De ontwikkelende schuldpositie en de afnemende solvabiliteit maken dat het weerstandsvermogen richting het einde van de planperiode meer kwetsbaar wordt.
Deze ontwikkeling onderstreept het belang van:
- een blijvende actualisatie van het risicoprofiel,
- terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen,
- en aandacht voor het op peil houden van de vrij besteedbare reserves.
Trendmatige beoordeling (VNG-perspectief)
- een verschuiving van een laag naar een meer gespannen financieel profiel richting 2028–2029;
- een toenemende afhankelijkheid van vreemd vermogen, zichtbaar in de oplopende schuldquotes;
- een afnemende vermogensbuffer, zoals blijkt uit de dalende solvabiliteit, maar nog wel de binnen de neutrale bandbreedte.
Samenvattend
De financiële kengetallen voldoen in alle jaren grotendeels aan de VNG-normering, maar de trend verslechtert, met name vanaf 2026. Dit is zichtbaar in zowel de oplopende schuldquotes als de dalende solvabiliteitsratio, waarbij in 2029 voor het eerst sprake is van een hoog risicoprofiel bij de netto schuldquote.