Paragraaf 9. Voortgang ombuigingen

De onderliggende doelstellingen/activiteiten in 2025 waren:

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Voortgang ombuigingen - De onderliggende doelstellingen/activiteiten in 2025 waren:

Realisatie 2025 ombuigingen sociaal domein

Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Voortgang ombuigingen - De onderliggende doelstellingen/activiteiten in 2025 waren: - Realisatie 2025 ombuigingen sociaal domein
 

In de Begroting 2025 zijn diverse taakstellingen opgenomen die voortkomen uit landelijke ontwikkelingen, beleidsbesluiten binnen de regio en lokale keuzes in het sociaal domein. Het grootste deel van deze taakstellingen is onderdeel geworden van het implementatieplan Samen Redzaam, dat is opgesteld naar aanleiding van de Koers Sociaal Domein. Hiervoor zijn 4 value cases opgesteld met te behalen doelen voor 2025 e.v..

Daarnaast lopen er nog enkele taakstellingen door uit eerdere begrotingsjaren, als gevolg van de door het Rijk opgelegde kortingen via circulaires van het gemeentefonds. Dit betreft de verlaging van trekkingsrechten voor het Persoons Gebonden Budget via de Sociale Verzekering Bank en de Rijkskorting Valpreventie ouderen.
In de tabel staan de resterende ombuigingen op de momenten van Begroting 2025, Voorjaarsbericht 2025 (VJB) en Najaarsbericht 2025 (NJB). Toelichtingen daarop zijn in de betreffende P&C-rapportages opgenomen. Daarna volgt welk deel bij de Jaarstukken 2025 is gerealiseerd en tot slot het verschil ten opzichte van de taakstelling. 

 

Bedragen x € 1.000 

Begroting 2025 

Begroting 2025 VJB 

Begroting 2025 NJB 

Realisatie 2025 

Verschil met taakstelling 

1. Structureel besparingspotentieel sociaal domein lokaal 

 694 

     694 

694 

524 

N 170 

2. Korting Rijk meicirculaire 2022: Valpreventie ouderen 

   44 

 0 

0 

0 

N 44 

3. Korting rijk Septembercirculaire 2022: SVB PGB trekkingsrechten 

   89 

    89 

89 

0 

N 89 

Totaal resterende taakstelling ('eigen') ombuigingen en kortingen van het Rijk 

827 

783 

783 

524 

N 303 

 

Bovenstaande posten 1 tot en met 3 worden hierna verder toegelicht. 

1. Structureel besparingspotentieel sociaal domein lokaal 

Binnen het sociaal domein wordt lokaal ingezet op drie besparingslijnen die samen moeten leiden tot een zogenoemde “0-lijn” in de uitgavenontwikkeling. De inzet richt zich op het omzetten van individuele zorg naar collectieve en groepsgerichte voorzieningen en op het uitbreiden van indicatievrije ondersteuning. Door meer gebruik te maken van laagdrempelige, algemene voorzieningen wordt minder formele zorg ingezet, wat bijdraagt aan een structurele vermindering van het aantal indicaties en een betere benutting van de beschikbare zorgcapaciteit.  Na besluitvorming eind 2024 is gestart met de implementatie van de valuecases in 2025.

Voor 2025 is  van het geplande bedrag van € 694.000 een bedrag gerealiseerd van € 524.000.  In 2025 is vanuit het programma Samen Redzaam uitvoering gegeven aan de besparingslijn met vier valuecases: 18-, 18+, Verkorte Indicatiestelling 80+ en aanpak van 50 complexe casuïstiek. De grootste resultaten zijn behaald binnen de valuecases 18- en 18+.  Belangrijke vermelding is dat de opdracht is gebaseerd op een ambitieus scenario. Het midden scenario is wel volledig behaald. Valuecases zijn waardegedreven businesscases die vertaald zijn naar te behalen aantallen en bijbehorende bedragen als onderdeel van de transformatie in het sociaal domein. 

Analyse uitvoering value cases in 2025:
Bij zowel 18- als 18+ zijn de ten doel gestelde aantallen individuele ondersteuning ruimschoots gerealiseerd. Wel blijkt dat het groepsaanbod nog onvoldoende wordt geregistreerd, waardoor de gerealiseerde inzet lager lijkt dan deze in werkelijkheid is. Het verbeteren van deze registratie is daarom een aandachtspunt voor 2026. De valuecase Verkorte Indicatiestelling 80+ heeft geleid tot aantoonbare verkorting van processen voor regiotaxi en rolstoelen. Bij Hulp bij het Huishouden is het proces geanalyseerd en geconcludeerd dat het huisbezoek nodig blijft. Dat is vanuit het inwonersperspectief van belang, maar ook om goed te beoordelen of er alleen Hulp bij het Huishouden nodig is of mogelijk (ook) iets anders. In het proces na het huisbezoek zijn beperkt stappen gezet in administratieve versnelling. Dit vraagt extra aandacht in 2026, omdat dit dus nog niet heeft geleid tot het gewenste effect.

De value case 50 complexe casuïstiek is door verkregen Rijks- en ZonMw-subsidies van € 400.000 eerst opgepakt als analyse opdracht. Het analyseren van lopende casuïstiek is erg ingewikkeld gebleken. Daarom zijn we gestart met uitsluitend afgesloten casussen. Echter kan er in een gesloten casus geen rendement meer worden behaald. De geleerde lessen worden vertaald naar lopende casuïstiek en onder andere opgepakt met behulp van de doorbraakmethodiek. In de tweede helft van 2025 zijn professionals opgeleid in deze methodiek en passen zij dit toe in lopende en nieuwe casussen. De eerste ervaringen van professionals zijn positief. Zij registreren deze inzet sinds eind vorig jaar in een tool, waarin zowel het inhoudelijk plan staat als het financieel rendement. De verwachting is daarom dat dit rendement in 2026 wel zal worden behaald en dat we dit zichtbaar kunnen maken omdat het goed wordt geregistreerd.

Verdieping in de  valuecases 18min en 18plus
De grafieken hieronder laten zien dat de instroom in 2025 hoger zou zijn geweest wanneer de valuecases niet waren ingezet. Door in 2026 verder te investeren in deze werkwijze én aflopende indicaties indicatievrij aan te bieden, verwachten we een verdere afname van geïndiceerde zorg en een verschuiving naar een laagdrempeliger en beter passend alternatief. Daarbij is het effect van 2025 structureel, op voorwaarde dat de uitgangspunten van de valuecase worden voortgezet.


Bron: voorzieningen instroom 2025, gemeentelijke applicatie ZorgNed


Bron: voorzieningen instroom 2025, gemeentelijke applicatie ZorgNed

Regionale ontwikkelingen i.r.t. lokale value cases
Binnen de jeugdhulp wordt een toename van de lasten gezien die voortkomt uit autonome ontwikkelingen, zoals meer verblijfstrajecten, hogere tarieven en intensievere begeleiding. Dit komt met name door afschaling van de hoog specialistische zorg, van segment 1 naar segment 4. Deze ontwikkelingen staan los van de lokale ombuigingsinspanningen, maar hebben wel invloed op de beoogde besparing. Daardoor is voor de valuecase 18 min, het geplande resultaat wel behaald, maar niet financieel te effectueren. Omdat we door de lokale ontwikkeling goed zicht hebben gekregen op de regionale invloed kunnen we hier gericht op gaan inzetten in 2026 en verder.

2. Korting Rijk bij Meicirculaire 2022 algemene uitkering: valpreventie ouderen 
Het vorige kabinet heeft in het Coalitieakkoord 2022 valpreventie als kostenbesparende preventiemaatregel opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt. Voor de Begroting 2025 leidt tot een taakstellende besparing vanuit het gemeentefonds: voor Waalwijk van structureel € 44.000 per jaar. 
Deze taakstelling is helaas niet haalbaar gebleken. De landelijke doorgevoerde korting past niet in het Waalwijkse beeld. De vergrijziging  is de afgelopen jaren zodanig toegenomen dat het verwachte effect van het rijk niet te effectueren is. Het budget voor de maatwerkvoorzieningen Wmo blijft volledig nodig. Bij het Najaarsbericht 2024 is deze taakstelling structureel afgeraamd: zie bijstelling NJB24/6.10.

3. Korting Rijk Septembercirculaire 2022: SVB PGB trekkingsrechten 
Bij de Septembercirculaire 2022 van de algemene uitkering heeft het Rijk aan gemeenten een korting opgelegd voor SVB PGB (Persoonsgebonden Budget) trekkingsrechten. Voor Waalwijk gaat het om een bedrag van € 86.000 in 2024, € 89.000 in 2025 en € 83.000 in 2026 en verder. Vanuit het budget op product 634 Maatwerk dienstverlening 18+ (WMO) zal gemonitord worden of en zo ja, in hoeverre deze taakstellingen vanuit het Rijk haalbaar is. Deze structurele uitname uit het gemeentefonds (met ingang van 2023) is een gevolg van een overeenkomst tussen de VNG en het ministerie van VWS ter compensatie van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en het ministerie van VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Op basis van de evaluatie kan besloten worden om de structurele uitname uit het gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen. Helaas is er landelijk nog geen duidelijkheid hierover. In de P&C cyclus 2026 zal hier verder over worden gerapporteerd.