Paragraaf 7. Grondbeleid

Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Grondbeleid

Inleiding
Een belangrijke taak van de gemeente als lokale overheid is de ruimtelijke ordening van het eigen grondgebied. Daartoe beschikt de gemeente over de Omgevingswet, inclusief de Aanvullingswet Grondeigendom en in het bijzonder over de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Om het omgevingsplan uit te voeren moet de gemeente grond in eigendom hebben. Is dit niet het geval en willen particuliere eigenaren zelf ontwikkelen, dan moet het kostenverhaal goed geregeld worden.

Doelstelling
Het voeren van het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke doelstellingen en ambities te realiseren. De doelstelling is dan ook om door het voeren van het grondbeleid maatschappelijke doelstellingen en ambities te realiseren.

Met het grondbeleid kan de gemeente invloed uitoefenen op de wijze waarop de grond wordt gebruikt. Sturing van het grondgebruik door middel van het grondbeleid is wenselijk, omdat het kan bijdragen aan de realisering van (publieke) doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting, zorg, onderwijs, sport, infrastructuur, werkgelegenheid, milieu, financiën etc.

Als gevolg van de maatschappelijke, economische en juridische ontwikkelingen én de verplichting vanuit de financiële verordening is het grondbeleid tegen het licht gehouden. Als gevolg hiervan is in januari 2025 de Nota Grondbeleid 2025-2030  vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee wordt een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid vastgesteld. 

Twee soorten grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Twee soorten grondbeleid

De twee uiterste vormen van grondbeleid zijn actief grondbeleid en passief (faciliterend) grondbeleid. Beide vormen kennen voor- en nadelen. De voordelen van actief grondbeleid, zullen in algemene zin als nadelen voor faciliterend grondbeleid kunnen worden aangemerkt. Een tussenvorm is de samenwerking tussen de gemeente en private partijen.

Keuze vorm van grondbeleid en de rol van het college daarin
In de Nota grondbeleid 2025-2030 is aangegeven dat voor de gemeente Waalwijk alle vormen van grondbeleid (actief, passief of een mengvorm) in principe aanvaardbaar zijn. Ze kunnen allemaal bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen. De feitelijke keuze voor een specifieke vorm van grondbeleid is afhankelijk van de situatie. Het maatschappelijke rendement van een ontwikkeling speelt dus een grote rol in de keuze van de vorm van het grondbeleid. Maar ook het financiële rendement telt mee.
De gemeente Waalwijk voert zowel een actief als facilitair grondbeleid. In het geval van de uitleglocaties heeft de gemeente tot dusverre voornamelijk een actief grondbeleid gevoerd. Bij herstructureringsprojecten in de bestaande kernen wordt, waar mogelijk, de uitvoering aan projectontwikkelaars overgelaten. Vaak is er dan sprake van hoge verwervingskosten en eventuele saneringskosten. Maar ook dan vindt de ontwikkeling plaats onder regie van de gemeente Waalwijk, met gebruikmaking van het wettelijke instrumentarium. 

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Materiële vaste activa

Deze gronden kunnen in een tweetal soorten worden onderverdeeld.
a.    Compensatiegronden die in de toekomst ingezet kunnen worden als ruilgrond. Deze gronden worden nu verpacht ,of zijn aangekocht voor ontwikkelingen op de (middel)lange termijn. 
b.    Gronden waarvan de bestemming (nog) niet is gewijzigd, maar waarvan verwacht wordt dat deze binnen korte termijn een andere bestemming krijgen: de zogenoemde warme gronden.    

Binnen de gronden, vallend onder de materiële vaste activa, is het niet mogelijk om rente op de boekwaarde bij te schrijven. Wel is het onder voorwaarden toegestaan om de voorbereidingskosten te activeren onder immateriële vaste activa. Daarbij kunnen  waarbij ze in een later stadium ingebracht kunnen worden, indien de gronden worden overgeheveld naar bouwgrond in exploitatie.

Compensatiegrond/ontwikkelgrond op (middel)lange termijn:
Dit betreft de gronden die voornamelijk dienen als ruilgronden bij toekomstige verwervingen en gronden die in het verleden zijn verworven met het oog op mogelijke toekomstige ontwikkeling. 

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden bovenvermelde gronden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs op voorwaarde dat deze lager is of gelijk aan de marktwaarde van de huidige bestemming (agrarische grond). Als de verkrijgingsprijs hoger is dan de marktwaarde van de huidige bestemming, moet afwaardering van de grond plaatsvinden tot aan de marktwaarde. In de gemeentelijke administratie wordt de onbestemde grondvoorraad geadministreerd onder de ‘materiële vaste activa’.

Binnen de materiële vaste activa is 193 ha verantwoord als compensatiegronden dan wel ontwikkelgrond voor de (middel)lange termijn. De totale boekwaarde hiervan bedraagt € 5.985.827. Per m² komt dit gemiddeld neer op een bedrag van € 3,08.

 Warme gronden:

De gronden die met het oog op gebiedsontwikkeling door de gemeente zijn verworven, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld, worden geduid als ‘warme gronden’. Volgens voorschriften van het BBV kunnen dergelijke gronden niet onder de voorraden worden gerangschikt. Zulke gronden moeten worden verantwoord onder materiele vaste activa, tegen de verwervingskosten. 

Binnen de gemeente Waalwijk staan de volgende locaties nog te boek als 'warme gronden' met de onderstaande boekwaarde per 31-12-2025:

Naam Planning Boekwaarde Oppervlakte Boekwaarde per m2
Poolsestraat-noord 2027-2030 €      296.986 7.470 m² € 39,76
Maasoever/Scharlo 2027-2030 €      384.000 59.233 m² € 6,48
Haven 8 oost afronding 2027-2030 14.810.831 967.571 m² € 15,31
Totaal     15.491.817 1.034.274 m² € 14,98

 

Actualisatie kostprijsberekeningen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Actualisatie kostprijsberekeningen
Door het team OBL worden jaarlijks, onder verantwoordelijkheid van de manager van het team OBL, alle kostprijsberekeningen (grondexploitaties) geactualiseerd. Deze actualisatie vindt plaats op een zodanig tijdstip dat de hieruit voortkomende gevolgen in de jaarrekening van het voorafgaand jaar verwerkt kunnen worden. De geactualiseerde kostprijscalculaties worden in de vorm van een nota Grondexploitatie aan de raad voorgelegd, gelijktijdig met de behandeling van de jaarrekening van het desbetreffende jaar.
 
Het nemen van gerealiseerde winsten
Als in het kader van de jaarlijkse actualisatie van de kostprijsberekeningen winsten per ultimo looptijd van een complex worden geprognosticeerd, dan zal deze winst worden afgeroomd.
Deze winstneming is voorgeschreven in het BBV en  moet plaatsvinden aan de hand van de zogenaamde POC-methode (Percentage Of Completion). Over 2025 is er vanuit diverse actieve en facilitaire complexen € 3.968.260 tussentijdse winst teruggedraaid en €4.402.163 tussentijdse winst genomen. Per saldo is daarmee € 433.903 winst genomen. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de Nota grondexploitatie 2025. 
 
De geprognosticeerde winsten voor de toekomst zien er als volgt uit :
 
 
  2026 2027 2028 2029 2030 Totaal
Afbouw Haven 1-6  €            681.548          €                681.548 
Haven 8 West  €           315.685   €               863.946  €             2.244.415  €            1.078.051   €             4.502.097 
Insteekhaven* €               22.165  €                  24.635  €                 239.678  €            4.739.513   €             5.025.991 
Haven 8 Oost €            269.390   €               916.435  €             1.890.873   €         33.863.306  €       14.538.880  €          51.478.884 
             
Achter de Hoven €               25.300  €                24.929  €                   17.285      €                   67.514 
             
Akkerlanen €           218.576  €             170.778        €                 389.354
Kasteellaan vm. Basisschool €                 7.635          €                      7.635 
vm. school de Brug Waspik €                  5.269          €                       5.269
             
Vennootschapsbelasting n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.   n.t.b.
             
Totaal €       1.545.568  €          2.000.723  €          4.392.251  €          39.680.870  €        14.538.880 €          62.158.292 
 

*Kanttekening bij dit overzicht is wel dat de winst van Insteekhaven is gereserveerd om de kapitaallasten met betrekking tot de investering voor de Insteekhaven (deels) te dekken.

 

Treffen voorzieningen voor te verwachten verliezen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Treffen voorzieningen voor te verwachten verliezen
Als in het kader van de jaarlijkse actualisatie van de kostprijsberekeningen blijkt dat verliezen per einde looptijd van een complex onafwendbaar zijn, dient per direct, ter grootte van dat verlies op eindwaarde, een voorziening te worden getroffen ten laste van de reserve Grondexploitatie.
Per 31 december 2025 zijn de volgende (verlies)voorzieningen getroffen voor complexen met een negatief resultaat:
Bedragen * € 1

Naam voorziening 31/12/2025
Voorziening Landgoed Driessen 4.853.841
Voorziening herontwikkeling De Els 4.000.000
Totaal voorzieningen bouwgrond in exploitatie 8.853.841
Voorziening Capelsche Put 23.930
Voorziening Herontwikkeling flats Bloemenoord 1.120.999
Voorziening Tilburgseweg 0
Voorziening Herontwikkeling Clemenskerk 66.386
Voorziening Akkerlaan 20 34.460
Voorziening Schotse Hooglanderstraat 12-24 2.230
Voorziening Carmalietenhof Waspik 25.040
Voorziening Valkenvoortweg Campus 6.156
Voorziening Slachthuisterrein 0
Voorziening Mr. Van Coothstraat 6-8 52.316
Voorziening Grotestraat 143 - 145 34.362
Voorziening Tom Mandersstraat 1 - 3 2.697
Voorziening Julianalaan 4 - 6 Sprang Capelle 0
Voorziening Julianastraat 11 0
Voorziening Grotestraat 162-164 1.783
Voorziening Julianalaan 15 Sprang-Capelle 0
Voorziening Veerstraat 1 1.662
Voorziening Baardwijksestraat/Borksesticht 0
Voorziening Stationstraat 46 - 60 13.547
Voorziening Wendelnesseweg-West ong. 0
Voorziening Van der Duinstraat 2.646
Voorziening Torenstraat 329.679
Voorziening Grotestraat 239-241 243.085
Voorziening Scharlo 26 0
Voorziening Burg. Verwielstraat 446
Totaal voorzieningen faciliterend grondbedrijf 1.961.424
Totaal 10.815.265

Reserve Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Reserve Grondexploitatie

Binnen het grondbedrijf is een algemene of ‘vrije’ reserve gevormd om de hieronder genoemde risico’s op te vangen: de reserve Grondexploitatie. Voeding van deze reserve gebeurt door (tussentijdse) winstnemingen van de diverse complexen binnen het grondbedrijf. Bij verlieslatende complexen volgt een onttrekking.
De reserve Grondexploitatie is de enige vrije reserve binnen de grondexploitatie. Deze is te vergelijken met de Algemene Reserve op concernniveau. De inzetbaarheid van de reserve Grondexploitatie beperkt zich tot zaken die een duidelijk raakvlak hebben met het taakgebied grondexploitatie.
Jaarlijks worden de kostprijscalculaties van de diverse onderhanden en toekomstige grondexploitaties en van de facilitaire projecten bijgesteld. Uitgangspunt is dat sprake moet zijn van reële ramingen, de normale en algemene bedrijfsrisico’s inbegrepen.

De raad heeft besloten het saldo van de reserve Grondexploitatie op € 5 miljoen te bepalen. Voor zover het saldo van deze reserve, bij het jaarrekeningproces, uitstijgt boven het maximum zal het meerdere worden afgestort naar de Algemene Reserve. Wanneer het saldo minder dan € 5 miljoen bedraagt, moet dit saldo aangevuld worden vanuit de Algemene Reserve. De hoogte van de reserve Grondexploitatie wordt jaarlijks in beeld gebracht en besluitvorming vindt plaats met de Nota grondexploitatie.

Risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf 7. Grondbeleid - Risico’s

Algemeen

Bij uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid worden risico’s gelopen. In het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd van een plan is, hoe complexer het is om de te lopen risico’s in te schatten. Toch is het wel van belang om de risico’s te benoemen en – waar mogelijk – in beeld te brengen wat de (financiële) gevolgen kunnen zijn voor de lopende projecten. De risico’s zijn te onderscheiden in directe en indirecte risico’s. 

Indirecte risico's (marktrisico's)

De indirecte risico’s vloeien voornamelijk voort uit macro-economische ontwikkelingen en veranderende wet- en regelgeving. Gelet op de aard en oorsprong van de indirecte risico’s hebben deze gevolgen voor alle lopende projecten. Indirecte risico’s zijn divers van aard en niet gemakkelijk te duiden en te voorspellen. Een project kan ook te maken krijgen met projectgebonden risico’s, ofwel de directe risico’s. De belangrijkste indirecte en directe risico’s zijn hieronder toegelicht. 

Onroerendgoedmarkt
De onroerendgoedmarkt kan aan grote schommelingen onderhevig zijn. Er kan sprake zijn van een landelijke tendens, maar het kan soms ook regiogebonden zijn. Het is zaak om adequaat in te spelen op veranderingen in de onroerendgoedmarkt om de risico’s, waaraan de gemeente is blootgesteld, zoveel mogelijk te beperken. 

Loon- en prijsontwikkelingen
Vooral bij grondexploitaties met een lange looptijd moet de ontwikkeling voor lonen en prijzen bij de start van het plan voor een lange termijn ingeschat worden. Over het algemeen is er weinig aan de hand als de ontwikkeling van de kosten gelijk is aan de ontwikkeling van de opbrengsten. Stijgende loon- en bouwkosten kunnen invloed hebben op het resultaat van lopende projecten. Het is dan ook zaak om ter beheersing van de risico’s die hieraan verbonden zijn de exploitatieberekeningen jaarlijks te actualiseren zodat aanpassingen tijdig kunnen worden gedaan.

Financieringslasten
Over het algemeen vormen de financieringslasten (de rente)  een behoorlijke kostenpost binnen de grondexploitatie. Doordat de kosten van met name grondverwerving bij langdurige projecten meestal ver voor de opbrengsten uitlopen, kunnen de rentekosten oplopen. Als sprake is van een boekwaarde waarbij de tot dan toe gemaakte kosten hoger zijn dan de tot dan gerealiseerde opbrengsten, is over het verschil rente verschuldigd. Die komt ten laste van het exploitatieresultaat. Het is daarom zaak de kosten zo laat mogelijk te maken en de opbrengsten zo vroeg mogelijk te realiseren. Momenteel is de rekenrente voor de grondexploitaties laag waardoor het risico redelijk beperkt is.

Een ander rentetarief dat indirect raakvlakken heeft met de grondexploitatie is de hypotheekrente. Wanneer deze rente stijgt, kan dit een verminderde vraag naar woningbouw tot gevolg hebben. Indirect kan stijging van de hypotheekrente dus invloed hebben op het exploitatieresultaat van de grondexploitatie. Ook hier geldt dat de hypotheekrente momenteel relatief laag is.

Directe risico's (projectspecifieke risico's)
Naast de indirecte risico’s kan een project ook te maken krijgen met projectgebonden risico’s, ofwel de directe risico’s. Deze directe risico’s hoeven zich niet bij elk project voor te doen. Per project kunnen de directe risico’s dus verschillend zijn. De meest voorkomende directe risico’s worden hieronder omschreven. 

Wetgeving en procedures
Veranderende wetgeving of jurisprudentie kan van invloed zijn op de resultaten van de lopende projecten. Sommige veranderingen zijn te verwachten, bijvoorbeeld de invoering van de Omgevingswet. Het komt echter ook voor dat we gedurende het project geconfronteerd worden met bepaalde wetgeving en jurisprudentie.  Het gevolg kan zijn dat vooraf gecalculeerde planontwikkelingskosten beduidend hoger uitvallen.

Wanneer er een ruimtelijk besluit genomen wordt, hebben belanghebbenden altijd recht op rechtsbescherming. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van deze rechtsbescherming, kan dat leiden tot vertraging. Zeker bij de binnenstedelijke ontwikkelingen, waar veel omwonenden zijn, is de kans groot dat deze omwonenden gebruik maken van deze mogelijkheden. 

Nadeelcompensatie
Aanvragen om vergoeding van nadeelcompensatie vormen een toenemend risico. Vooral bij binnenstedelijke ontwikkelingen nemen de verzoeken toe. Wanneer de gemeente grondeigenaar is van het te ontwikkelen gebied, wordt er vooraf een inventariserend onderzoek gedaan. Hierbij wordt een reële inschatting gemaakt van het nadeel voor omliggende percelen. Bij projecten waarbij de gemeente geen grondeigenaar is wordt een nadeelcompensatie afgewenteld op de initiatiefnemer.  De gemeente ondervindt bij deze projecten nagenoeg geen financiële gevolgen van mogelijke nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie staat op de lijst van de te verhalen kosten op derden, binnen de kostenverhaalsregels van het Omgevingsplan.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt voor een hoger risico op uitkering van nadeelcompensaties. Dat heeft drie redenen:
- De lijst met schadeoorzaken is onder de nieuwe wet uitgebreid, waardoor steeds meer ruimtelijke besluiten potentiële aanspraak op nadeelcompensatie kunnen veroorzaken. 
- Als beoordelingsmoment voor ontstane schade worden de feitelijke situatie direct voor en direct na het ontstaan van schade met elkaar vergeleken. Dus het moment van vergunning verlenen maakt uit. Daarmee is ook het aantal gronden voor de aanvraag van nadeelcompensatie hoger, dan wanneer de aanvraag is verleend op het moment dat het gebouw er nog stond. 
- Daarnaast worden de kosten hoger. Niet alleen de schadevergoeding, maar ook de daarmee samenhangende kosten (zoals de advies- en ambtelijke kosten) moeten vergoed worden. 

Uitgifte in erfpacht
Naast de verkoop van grond is ook de uitgifte in erfpacht mogelijk. Een recht van erfpacht houdt in dat een persoon of bedrijf de bevoegdheid heeft om een onroerende zaak gedurende een bepaalde tijd te houden en te gebruiken, terwijl het eigendom bij een ander blijft. De gemeente blijft dus eigenaar van het perceel, maar geeft het recht om de onroerende zaak te gebruiken aan de erfpachter. In ruil hiervoor krijgt de gemeente een vergoeding, de zogenaamde canon. Deze canon wordt door de gemeente jaarlijks in rekening gebracht en is een percentage van de grondwaarde. Dit rentepercentage wordt gebaseerd op het gemiddeld rentepercentage voor aangetrokken geldleningen en een opslag voor administratie en risico. Daarnaast wordt gekeken naar de geldende hypotheekrente. De optie om gronden in erfpacht te nemen moet namelijk minder interessant zijn dan het kopen van de gronden.

Ten opzichte van verkoop is uitgifte in erfpacht een risico. Een erfpachter kan immers failliet gaat of betalingsproblemen hebben. Als er wel rentelasten van de geactiveerde erfpachtgrond zijn, maar geen ontvangen canon, betekent dit een tekort voor de gemeente. Desondanks kan de mogelijkheid van erfpacht leiden tot een hogere afzet van bedrijfsgrond, wat vervolgens leidt tot een beter economisch klimaat en meer werkgelegenheid. Waar in het verleden vaak terughoudend werd omgegaan met uitgifte in erfpacht, is er tegenwoordig meer ruimte voor deze optie. De gemeenteraad heeft in de Nota grondbeleid 2025-2030 besloten dat de uitgifte van gronden in erfpacht tot de mogelijkheden behoort. 

Archeologische monumenten
Als er bij de ontwikkeling van een locatie een archeologisch monument wordt aangetroffen, moeten de kosten, als deze niet verhaald kunnen worden op derden, ten laste van de grondexploitatie gebracht te worden. Gemeenten zijn met ingang van 2024 op grond van de Omgevingswet verplicht om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische overblijfselen. Voorheen werd dit geborgd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz).
De gemeenteraad heeft de geactualiseerde Erfgoedkaart met daarin de Archeologische beleidskaart vastgesteld. Op basis daarvan wordt de noodzaak tot het verrichten van archeologisch onderzoek bepaald.
Het is vereist om, vooruitlopend op het in ontwikkeling brengen van een locatie met archeologische verwachtingswaarde, op basis van deze Archeologische beleidskaart, archeologisch onderzoek te verrichten. Naast de wettelijke plicht biedt dit de gemeente ook de mogelijkheid om naar aanleiding van het onderzoek bij te sturen.

Bodemverontreiniging
Een van de directe risico’s die grote financiële gevolgen kan hebben, is bodemverontreiniging. Vaak is bodemsanering een grote kostenpost binnen een exploitatie. Om het risico op onvoorziene bodemverontreiniging te voorkomen, wordt er een bodemonderzoek uitgevoerd bij aanvang van het project. De eventuele kosten voor sanering kunnen dan in de exploitatieraming worden meegenomen. Het uitvoeren van een bodemonderzoek sluit eventuele onvoorziene verontreiniging niet uit, maar het risico wordt hierdoor sterk beperkt. 

Uitspraak stikstof
Door de Raad van State-uitspraken van 18 december 2024 (Rendac/Amercentrale) is het onderdeel stikstof een (nog) groter risico geworden voor de doorlooptijd van projecten. Voor intern salderen is nu (en met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020) een natuurvergunning van GS nodig. In Noord-Brabant geldt sinds maart 2023 een vergunningstop voor extern salderen, omdat niet kan worden voldaan aan het additionaliteitsvereiste. Een vergunning voor een nieuwe activiteit mag pas worden verleend als de stikstofruimte die daarvoor nodig is, niet al nodig is voor natuurherstel. Dit geldt nu ook voor intern salderen. Het is aan Rijk en provincie om te komen tot het benodigde natuurherstel. Concrete maatregelen en een juridisch houdbare onderbouwing hiervan zijn nog niet voorhanden. 

Vanwege de directe nabijheid van de Natura 2000-gebieden (Westelijke) Langstraat en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen geldt voor projecten van enige omvang in Waalwijk al snel dat significante effecten (>0,00 mol N/h/ja) op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, waardoor een natuurvergunning nodig is. Het is nog niet bekend of en zo ja, welke gevolgen dit heeft voor deze projecten. Bij vervolgstappen en contractvorming houden we rekening met dit risico en treffen we beheersmaatregelen ten aanzien van eventuele financiële gevolgen. 

Doorrekening risicoscenario’s 

Lopende BIE’s en faciliterende projecten  
Wanneer de indirecte risico’s zich voordoen heeft dit effect op alle lopende actieve projecten. Om inzichtelijk te maken wat het financiële effect is van elk risico, zijn deze doorgerekend op de alle complexen. Het financiële effect betreft het verschil tussen de exploitatieberekening (met in-acht-name van de gehanteerde parameters)  en de exploitatieberekening op eindwaarde, waarbij het betreffende risico zich voordoet. 

Gehanteerde parameters
Als uitgangspunt voor de op te stellen grondexploitaties zijn een aantal parameters bepaald. Zo wordt er gerekend met een rentepercentage van 1,25% voor 2026 en volgende jaren. Voor de kosten is gerekend met een stijgingspercentage van 3%, vanaf 2029 met 2%. Aan de opbrengstenzijde is voor woningen een stijgingspercentage van 2% gehanteerd. Voor bedrijvigheid is een stijgingspercentage van 2% gehanteerd. 

Toelichting risicocomponenten:
1. Rentetoerekening:    Er wordt in het basisscenario met een rentepercentage van 1,25% vanaf 2024 gerekend. We hebben berekend wat het financiële effect is als dit percentage met 1% wordt verhoogd naar 2,25%.
2. Opbrengstdaling:  In de risicoberekening is inzichtelijk gemaakt wat het financiële effect is als de opbrengsten 1% minder hard stijgen dan de percentages van de gebruikte parameters.
3. Kostenstijging:  In de risicoberekening is inzichtelijk gemaakt wat het financiële effect is als de kosten1% harder stijgen dan de percentages van de gebruikte parameters.

In de tabel wordt onder 'indirecte risico's' weergegeven wat het effect is van een combinatie van deze risicocomponenten. 

In de tabel is ook weergegeven hoe hoog de directe risico’s zijn. Deze zijn verder uitgewerkt in de Nota grondexploitatie 2026, onder de projectrapporten. 

De grondexploitaties met een positief eindwaardesaldo kunnen de indirecte en directe risico's binnen het eigen resultaat opvangen. De grondexploitaties met een negatieve eindwaarde niet. Bij de Bouwgrond in exploitatie (BIE’s) is dit Landgoed Driessen en De Els. Dit risico zal dan ook opgevangen moeten worden met de reserve Grondexploitatie. 

Uit onderstaande tabel blijkt dat wanneer de indirecte risico’s (uitgaande van afwijkingen van 1%)  én directe risico’s zich voordoen, de reserve Grondexploitatie dit risico niet kan opvangen. 

Wanneer de kosten ten opzichte van de gebruikte parameters 2 procentpunt stijgen, de opbrengstenstijging 2 procentpunt minder bedraagt en de rente 3,25% is (worst-case scenario), dan bedraagt het totale risico € 4.268.188. De stand van de reserve Grondexploitatie is met € 5 miljoen dan ook onvoldoende om dit risico te kunnen opvangen. 

  

Omschrijving   

Bedragen * € 1

 Gewogen gemiddelde (1%)  Gewogen gemiddelde (2%)
Indirecte risico’s (0% van basis, 100% van worst case)     
- 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven   3.236.810 6.473.620
- 852 Bouwgrondexploitatie wonen 1.349.595 2.699.191
- Faciliterend    
Totaal  4.586.405 9.172.810
     
Directe risico’s (Project-specifieke risico's)            
- 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven 14.174.340 14.174.340
- Faciliterend in voorbereiding 105.605 105.605
 - 852 Bouwgrondexploitatie wonen  2.277.500 2.277.500
 - Faciliterend  33.500 33.500
Totaal 16.590.944  16.590.944
     
Totale risico bandbreedte 21.177.349   25.763.754
     
 Benodigde buffer     
- 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven 17.411.149 20.647.959
- Faciliterend in voorbereiding 105.605 105.605
- 852 Bouwgrondexploitatie wonen 3.627.095 3.627.095
 - Faciliterend  33.500 33.500
Totaal 21.177.349 24.414.159
     
 Risico afgedekt met winst project         
- 853 Bouwgrondexploitatie bedrijven 13.543.971 15.627.524
- 852 Bouwgrondexploitatie wonen 23.944 47.422
- Faciliterend 29.181 31.625
     
Risico's die gedekt moeten kunnen worden uit de reserve Grondexploitatie 7.580.253 8.707.587

Om de hierboven opgesomde risico’s zoveel mogelijk beheersbaar te houden, worden jaarlijks de kostprijscalculaties van de grondexploitaties geactualiseerd. Uitgangspunt is dat sprake moet zijn van reële ramingen, de normale en algemene bedrijfsrisico’s inbegrepen. 

Gelijktijdig met het jaarrekeningproces wordt jaarlijks een totale bundel van de lopende grondexploitaties, facilitaire projecten en de materiele vaste activa  aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Eventuele verliezen worden hiermee tijdig inzichtelijk gemaakt. Voor de te verwachten verliezen van lopende projecten worden voorzieningen getroffen ten laste van de reserve Grondexploitatie;

Nieuwe exploitaties worden afzonderlijk ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. Jaarlijks wordt een overzicht op hoofdlijnen van de afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde opzet vervaardigd en toegelicht.

De risico’s m.b.t. de materiële vaste activa worden meegenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen. 

De reserve Grondexploitatie fungeert als buffer voor zowel directe als indirecte risico’s. Het is van belang dat deze buffer toereikend is om de risico’s op te kunnen vangen. In 2025 is een nieuwe grondexploitatie geopend, De Els. Aangezien de risico’s binnen deze exploitatie niet binnen het project zelf kunnen worden opgevangen – het betreft immers een verlieslatend project – heeft dit een verhogend effect op het totale risicoprofiel van de grondexploitaties. Het totale risico komt hierdoor uit op ruim € 7,5 miljoen en overschrijdt daarmee het huidige plafond van € 5 miljoen. Overeenkomstig hetgeen in de Begroting 2026 (paragraaf Weerstandsvermogen) is opgenomen wordt voorgesteld om de reserve Grondexploitatie te verhogen naar € 7,5 miljoen.

Het kostenverhaal is gewaarborgd door gebruik te maken de mogelijkheden die de kostenverhaalsregels in de Omgevingswet bieden. Naast het private traject van de anterieure en de posterieure overeenkomsten met initiatiefnemers, geldt het publieke spoor van kostenverhaal via de omgevingsvergunning als een vangnet om kosten te verhalen. Het kan ook voorkomen dat er voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd, met name in de vorm van ambtelijke uren, en dat er uiteindelijk geen anterieure overeenkomst wordt gesloten. In die gevallen worden de gemaakte kosten afgeboekt ten laste van de reserve Grondexploitatie. In 2025 is er voor totaal € 211.710 aan kosten gemaakt voor projecten waar in 2025 nog geen anterieure overeenkomst voor afgesloten was. Het is niet aannemelijk dat dit gehele bedrag niet te verhalen is, aangezien het meerdere projecten betreft die zich in verschillende stadia bevinden. 
Deze risico’s worden gedekt vanuit de Reserve grondexploitatie. 

Complexen in uitvoering of in voorbereiding
Als actieve grondexploitaties zijn momenteel nog lopend: Landgoed Driessen, Afbouw Haven I t/m VI, Haven 8 West, Haven 8 Oost, Insteekhaven, Achter de Hoven. De grondexploitatie De Els is op 22 mei 2025 geopend.
 
Binnen de  facilitaire complexen zijn Akkerlanen, Bloemenoordflats, Slachthuisterrein, Gedempte Haven en het ETZ grote ontwikkelingen met, voor de gemeente, financiële belangen.  Een aantal plannen waar de gemeente grondeigendom heeft is in voorbereiding. Daarmee worden deze plannen verantwoord onder de materiële vaste activa: Scharlo-Maasoever, Landgoed Driessen fase II en Haven 8 Oost overig. Een toelichting op deze plannen is opgenomen in de Nota grondexploitatie 2026. 
 

Centrumontwikkeling De Els
Verloop project/voortgang
De herontwikkeling van De Els en omgeving is het speerpunt uit de Centrumvisie Waalwijk 2024 in de ontwikkeling naar een toekomstbestendige binnenstad. Het project De Els (incl. Schoolkwartier) maakt deel uit van (en vervult een cruciale rol bij)  een bredere transformatie van de binnenstad van een ’plek om te kopen' naar een 'plek om te zijn'. Deze ontwikkeling is nodig om de binnenstad op de lange termijn aantrekkelijk en relevant te houden. Het is een kans om een impuls te geven aan de woningbouw en een nieuw stedelijk woonmilieu toe te voegen. Dat vergroot het draagvlak voor de ontwikkeling van een sterke OV-knoop en geeft ruimte aan de invulling van de groen-blauwe opgave in de binnenstad. Waalwijk zet zich samen met een tweetal ontwikkelaars in voor de herontwikkeling van het winkelcentrum De Els en omgeving. Het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP, dec. 2024) is integraal getoetst op de verschillende beleidsthema’s. Het vormde tevens de basis voor het financiële model en de gemeentelijke grondexploitatie (vastgesteld door de raad op 22 mei 2025) en twee anterieure overeenkomsten.  Naast het geld dat gereserveerd wordt uit de Algemene Reserve zijn ook twee rijkssubsidies meegenomen: de Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) en de Woningbouw-Impulsregeling (Wbi). Daarnaast draagt ook Provincie Noord Brabant bij aan de realisatie van deze plannen in de vorm van een subsidie voor hoogwaardig ‘groen-blauwe’ inrichting van het tweede maaiveld en een geldlening ten behoeve van de aankoop van panden. Met deze grondexploitatie zijn de benodigde middelen beschikbaar voor dit binnenstadsproject.

Aanvankelijk was het de bedoeling om na het VOSP direct door te ontwikkelen naar een Definitief Ontwerp. Door verschillende stedenbouwkundige aanpassingen in het plan—zoals de gewijzigde positie, type en omvang van de parkeergarage en de toevoeging van een noordelijk woonhof— wordt er een tussenproduct uitgewerkt: het VOSP 2.0. Deze versie wordt momenteel getoetst aan onze ruimtelijke en financiële kaders en aan de civieltechnische haalbaarheid. Op een later moment zal het DOSP ter bestuurlijke besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De actualisatie van De Els voor de Nota Grondexploitatie 2026 is uitgevoerd op basis van de uitgangspunten uit het eerste VOSP (mei 2025).  Het project De Els en omgeving (incl. Schoolkwartier) heeft de volgende ontwikkelopgave / programma:

Programma Projectgebied De Els

- Herontwikkeling (sloop/nieuwbouw) bestaand winkelcentrum De Els;

- Toevoeging 120 sociale huurappartementen;

- Toevoeging 272 koopappartementen

- Toevoeging 2 grondgebonden woningen

- Herinrichting openbaar gebied (inclusief 320 parkeerplaatsen)

- Realisatie gebouwde parkeervoorziening (350 parkeerplaatsen)

 

Programma Projectgebied Schoolkwartier

- Herontwikkeling oude jongensschool tot een openbare bibliotheek;

- Herontwikkeling (sloop/nieuwbouw) Hema;

- Toevoeging 26 huur- en /of koopappartementen

Financiële toelichting
Tijdens het proces om te komen tot het VOSP en vaststelling van de gemeentelijke grondexploitatie in mei 2025, is steeds sprake geweest van gelijktijdig “rekenen en tekenen”. Hierbij zijn steeds zowel de gemeentelijke businesscase, in de vorm van een grondexploitatie (GREX), als de private businesscases, bestaande uit een opstalexploitatie (OPEX) en een grondexploitatie (GREX), in onderlinge samenhang, de integrale planexploitatie (PLANEX) bezien, met als doel te komen tot een haalbare integrale businesscase.

De samenhang tussen de gemeentelijke exploitatie en de private exploitatie binnen de PLANEX bestaat enerzijds uit de verschillende grondtransacties over en weer en anderzijds uit de exploitatiebijdragen die vanuit de private exploitaties gedaan worden aan de gemeentelijke exploitatie.

Hieronder is de onderlinge samenhang tussen de publieke- en private exploitatie schematisch weergegeven.



Parkeerexploitatie
Binnen de ontwikkelopgaven voor de (her)ontwikkeling van De Els en Omgeving is ook de realisatie van 320 nieuwe maaiveldparkeerplaatsen en de bouw van een gebouwde parkeervoorziening met 350 parkeerplaatsen opgenomen. De aanlegkosten voor de nieuwe parkeerplaatsen op maaiveld zijn in deze grondexploitatie opgenomen onder het Bouw- en Woonrijpmaken.

De realisatiekosten van de gebouwde parkeervoorziening kunnen, conform de richtlijnen vanuit BBV, niet als kostenpost worden opgenomen in de GREX. Immers het realiseren van gebouwen is geen grondexploitatieactiviteit. Dit betekent dat naast het voeren van deze grondexploitatie, de gemeente ook separaat als opdrachtgever voor de realisatie van de parkeergarage dient op te treden. Hiervoor zal een separaat investeringsbesluit genomen moeten worden. De kosten voor de realisatie van de parkeergarage dienen vervolgens gedekt te worden uit de exploitatie van alle, maaiveld en gebouwd, te realiseren parkeerplaatsen in het plangebied (in totaal 670 betaalde parkeerplaatsen).

Om te kunnen bepalen of de parkeerexploitatie van deze nieuwe parkeervoorzieningen voldoende dekking kan geven aan de benodigde investering voor het bouwen van de parkeergarage, is vanuit de parkeerexploitatie berekend wat de maximale investeringsruimte kan zijn. Dit investeringsbedrag is gebaseerd op een NCW (Netto Contante Waarde) - berekening (40 jaar) voor alle betaalde parkeervoorzieningen in Waalwijk.

Vervolgens is een normatieve inschatting gemaakt van de realisatiekosten van de gebouwde parkeervoorziening. Hierbij is gebruik gemaakt van normbedragen uit het Bouwkostenkompas. De geschatte realisatiekosten zijn hoger dan de maximale investeringsruimte. Dit verschil wordt beschouwd als onrendabele top en is onder Overige kosten opgenomen in de gemeentelijke GREX.

Naast het vaststellen van de (incidentele) onrendabele top op basis van een NCW-berekening over 40 jaar zal voor de kredietaanvraag van de parkeergarage in beeld gebracht worden wat het structurele effect is voor de meerjarenbegroting. Immers, met het afdekken van de onrendabele top is er voor de gehele looptijd weliswaar sprake van een sluitende exploitatie, maar kan er in de eerste jaren van exploitatie nog wel sprake zijn van een jaarlijks tekort.

Voor de vaststelling van het DOSP zullen deze beide berekeningen (zowel de incidentele investering als de structurele exploitatielasten en -baten) worden geactualiseerd.

In aansluiting op de Kadernota 2026 en het raadsvoorstel voor het vaststellen voor de begroting 2026 zal vooruitlopend hierop aan de raad bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 een voorstel worden gedaan voor het vormen van een bestemmingsreserve uit het overschot op het product parkeren.


Actualisatie 1-1-2026
Op basis van het VOSP is de gemeentelijke grondexploitatie De Els opgesteld. Op 22 mei 2025 heeft de raad de ‘grondexploitatie De Els en omgeving’ vastgesteld. Daarmee zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar gekomen. Op basis van de ruimtelijke vertaling in het VOSP en de financiële afspraken met de ontwikkelaars kent de gemeentelijke grondexploitatie een negatief resultaat van circa € 4,00 miljoen op Eindwaarde per 31-12-2033. Deze vastgestelde voorziening uit de Algemene Reserve van € 4,0 miljoen biedt voldoende dekking om het negatieve resultaat op eindwaarde per 31-12-2033 te dekken. De actualisatie van De Els voor de jaarrekening 2025 is uitgevoerd op basis van de uitgangspunten uit het eerste VOSP (mei 2025). Hierin zijn de boekwaardes van 2025 verwerkt en is er voor een aantal posten aanvullend budget opgenomen. Dit betreft voornamelijk een aanvulling op de plankosten. Bij vaststelling van de gemeentelijke grondexploitatie is voor het bepalen van de gemeentelijke plankosten de landelijke plankostenscan gebruikt. Waarbij voor de gemeente voornamelijk een toetsende rol is aangenomen bij de bijdragepercentages. Aangezien nu wordt voorzien dat de gemeente in het kader van verwerving en toetsing van de planologische procedure meer capaciteit moet inzetten dan vooraf geraamd, is hiervoor aanvullend budget opgenomen. In de actualisatie vertaalt zich dit conform gemaakte afspraken in een hogere exploitatiebijdrage vanuit privaat waardoor voor de actualisatie ten behoeve van de jaarrekening 2025 het resultaat nog steeds op -€4.000.000 op eindwaarde uitkomt.

Op basis van de uitgangspunten conform het DOSP wordt de gehele planexploitatie opnieuw herzien en worden er definitieve afspraken gemaakt met de private partijen. Na verwachting zal het DOSP eind 2026 aan de gemeenteraad worden voorgelegd, inclusief onderbouwing van de gemeentelijke grondexploitatie.

Risicoanalyse:
In de geactualiseerde GREX zijn kosten en opbrengsten normatief bepaald op basis van het VOSP. Naarmate de plannen concreter worden uitgewerkt, kunnen zowel de kosten als de opbrengsten nauwkeuriger worden geraamd. Dit betekent dat in de nu voorliggende GREX nog diverse aannames en onzekerheden zijn opgenomen, die bij verdere uitwerking zowel in positieve als negatieve zin invloed kunnen hebben op het uiteindelijke resultaat. In het kader van de actualisatie zijn de risico’s opnieuw beoordeeld in overleg met de verschillende betrokken disciplines binnen het projectteam. In onderstaande tabel is de bijbehorende RISMAN-tabel voor deze grondexploitatie opgenomen.