Paragraaf 4. Financiering (en treasury)

Omschrijving (toelichting)

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's. Treasury gaat over de financiering van beleid en het aantrekken van het geld dat daarvoor nodig is.

1. Algemene ontwikkelingen / wat willen we bereiken
Vanwege een dalende inflatie in 2024 besloot de ECB (Europese Centrale Bank) in juni 2024 om de beleidsrente voor het eerst met een kwart procentpunt te verlagen naar 3,75%. Later in het jaar volgden nog drie verlagingen van ieder een kwart procentpunt. Eind 2024 was de beleidsrente 3%. 30 januari 2025 is de rente wederom met een kwart procentpunt verlaagd naar 2,75%.  In de eerste helft van 2025 werd de rente in drie stappen verlaagd naar 2% en op dat niveau is de rente tot nu toe gebleven. De stabilisatie van de beleidsrente door de ECB is terug te zien in de rente die wij als gemeente in 2025 betalen voor een langlopende lening. De rente voor een 10-jarige lineaire lening bleef in 2025 ongeveer op 2,8% . De werkelijke kortgeldrente is in 2025 gedaald van 3% in januari 2025 naar 2,25% eind december 2025. Voor de Begroting 2025 hanteerden we voor langgeld 2,75% en voor kortgeld 3,75%.

2. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille / wat gaan we daarvoor doen
Door het jaar heen is de liquiditeitsplanning regelmatig bijgesteld. Dat hebben we onder andere gedaan aan de hand van het overzicht van de kasstromen van het grondbedrijf, zoals dat voortvloeit uit de laatste Nota grondexploitatie. Daarnaast worden grote investeringen gevolgd en geactualiseerd in de planning.

Bij het opstellen van de Begroting 2025 is uitgegaan van een financieringsbehoefte van € 37 miljoen, waarvan we € 10 miljoen met kort financieren en € 27 miljoen met lang. In maart 2025 is er een langlopende geldlening van € 10 miljoen afgesloten en op 1 juli 2025 is er een provinciale lening afgesloten van € 11,2; dus voor 2025 een totaal van € 21,2 miljoen.  Het verschil binnen lang financieren (verwacht 27 miljoen en gerealiseerd € 21,2 miljoen) wordt met name veroorzaakt door het doorschuiven van grote civieltechnische investeringen (IUP) en mutaties in de bouwgrondexploitaties.

Per ultimo 2025 is er sprake van een bedrag aan kasgeldleningen van € 10 miljoen en een negatief banksaldo van € 0,5 miljoen. De werkelijke financieringsbehoefte (kort- en langlopend bij elkaar) valt daarmee lager uit dan begroot.

Bedragen x € 1.000.000

Ontwikkeling leningenportefeuille

 

Stand 01-01-2025 138,3
Nieuw aangetrokken vaste schuld 21,2
Aflossingen 14,6
Stand 31-12-2025 144,9

3. Rente / wat gaat het kosten
Aan de boekwaarde van investeringen wordt rente toegerekend via een rekenrente. In 2025 is een rekenrente gehanteerd van 1,25%. Het verschil tussen de toegerekende rente aan investeringen en de werkelijk betaalde rente leidt in 2025 tot een positief renteresultaat van € 126.911. Hiermee blijft het binnen de 25% afwijking die de notitie rente voorschrijft. Het schema van de rentetoerekening ziet er als volgt uit:

Bedragen  x € 1 

Renteschema     
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering   3.549.240
b. De externe rentebaten   -/- 192.456
Totaal door te rekenen externe rente   3.356.784
c1. Rentelasten facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal)   0
c2 Rentelasten projectfinanciering -/- 220.337  
c3 Rentebaten van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering) 110.435  
    -/- 109.902
Saldo door te rekenen rente   3.246.882
     
d1 Rente over eigen vermogen   0
d2 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)   0
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente   3.246.882
     
e. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)   -/- 3.373.793
f. Renteresultaat op het taakveld treasury   126.911
Integraal gefinancierde activa 274.887.290
Renteomslagpercentage (integraal gefinancierde activa / de aan taakvelden toe te rekenen rente) 1,18%
Renteomslagpercentage gehanteerd in 2025 1,25%
Percentage teveel verdeelde rente in 2025 0,07%

 4. Risicobeheer
Binnen het treasurybeleid staat het risicobeheer voorop. Dat maakt toekomstige risico’s inzichtelijk en beheersbaar. Hierdoor is het mogelijk deze te vermijden, te verminderen, te beperken of te spreiden. Uitgangspunten hierbij zijn dat de treasuryfunctie slechts wordt uitgevoerd uit hoofde van de publieke taak en dat er geen bankachtige activiteiten mogen worden ontplooid, met het oogpunt om geld te verdienen. Door verplicht schatkistbankieren is het voor gemeenten alleen nog mogelijk om geld bij het Rijk of andere openbare lichamen (bijvoorbeeld andere gemeenten) uit te zetten.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximum aan gemiddelde netto vlottende schuld dat een gemeente in een kwartaal mag hebben. Bij netto vlottende schuld gaat het om financieringen met een looptijd korter dan 1 jaar. De minister heeft de kasgeldlimiet op 8,5% van het begrotingstotaal vastgesteld. Voor Waalwijk was dat in 2025 afgerond € 18,3 miljoen. In 2025 is de kasgeldlimiet met één kwartaal overschreden. Bij overschrijding gedurende drie opeenvolgende kwartalen moeten we een herstelplan indienen bij de toezichthouder (provincie) en maatregelen nemen. Omdat de overschrijding maar gedurende één kwartaal was, is dit niet aan de orde.

Berekening (bedragen x € 1.000)

  Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
kwartaal 1 24.000 3.708 20.292
kwartaal 2 14.001 2.945 11.056
kwartaal 3 1.130 1.049 81
kwartaal 4 3.579 978 2.601
gemiddeld 10.677 2.170 8.508
  Variabelen Bedragen
Benutting kasgeldlimiet (KGL)

ruimte onder de KGL

 

9.829

Berekening kasgeldlimiet

Begrotingstotaal

Percentage regeling

215.732

8,5

  Kasgeldlimiet 18.337
Renterisiconorm

De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan aflossing en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Dit houdt in dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan rentegevoeligheid onderhevig mag zijn. Voor Waalwijk is de norm € 43,1 miljoen. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, voldoet Waalwijk ruimschoots aan de norm.

Bedragen x € 1.000 2025
Begrotingstotaal 215.732
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20%
Renterisiconorm 43.146
Renterisico op vaste schuld 14.640
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 28.506
Schatkistbankieren
Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden van decentrale overheden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Op basis van ons begrotingstotaal 2025 mochten we gemiddeld per dag afgerond € 4,3 miljoen (2% van begrotingstotaal) aan overtollige middelen aanhouden. Het eventuele meerdere aan overtollige middelen moeten we afromen en onderbrengen bij de Nederlandse schatkist. Hiervoor krijgen we een vergoeding die gelijk is aan de rente die het Rijk betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De gemeente Waalwijk had op 1 januari 2025 afgerond € 10.000 aan middelen in de schatkist staan. Gedurende het jaar zijn liquiditeitsoverschotten in de schatkist gezet en op een later moment weer onttrokken. Door het plaatsen van de tijdelijke liquiditeitsoverschotten in de schatkist heeft de gemeente Waalwijk in 2025 afgerond € 32.000 aan rente ontvangen. Tijdelijke liquiditeitsoverschotten ontstaan bijvoorbeeld op het moment dat er veel belastingopbrengsten binnenkomen of bij grondverkopen. Het saldo van de schatkist bedroeg op 31 december 2025 € 11.374.   
 

 

5. Wet Houdbare overheidsfinanciën / EMU-saldo

Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering (en treasury) - 5. Wet Houdbare overheidsfinanciën / EMU-saldo

Het doel van de Wet Houdbare overheidsfinanciën (wet Hof) is er voor te zorgen dat Nederland voldoet aan de binnen Europa afgesproken norm van maximaal 3% tekort op de begroting. De 3%-norm is daarbij doorvertaald naar een aandeel voor de decentrale overheden. Het Rijk hanteert een zogenaamde 'macronorm' voor de drie decentrale overheden gezamenlijk. Indien de norm wordt overschreden dan kan dit leiden tot sancties.

In 2025 wordt de norm waarschijnlijk niet overschreden. In de Najaarsnota 2025 van het Rijk wordt het begrotingstekort over 2025 geraamd op 1,8% van het bruto binnenlands product (bbp). Dit is een daling van 0,3% ten opzichte van de 2,1% die nog werd verwacht in de Miljoenennota 2026. De staatsschuld komt ook lager uit op 44,2% van het bbp.