Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

De paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing gaat in op de risico's van de gemeente Waalwijk, de risicobeheersing en de mate waarin de gemeente in staat is de risico's op te vangen via de weerstandscapaciteit. Niet alle risico’s zijn financieel. Sommige risico's hebben geen directe invloed op de middelen, maar zijn wel belangrijk om te kennen. Toch ligt in deze paragraaf de nadruk op financiële risico’s, omdat die belangrijk zijn voor het bepalen van het weerstandsvermogen. Dit is verplicht volgens de wet (Besluit Begroting en Verantwoording – BBV).

De gemeenteraad heeft op 18 juni 2015 het kader voor deze paragraaf vastgesteld en heeft instructies gegeven voor de manier waarop met risico’s en risicomanagement moet worden omgegaan (Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2015). Op 6 april 2023 heeft de raad besloten om de Nota risicomanagement gemeente Waalwijk ongewijzigd te blijven toepassen.

Risico's

Bij het uitvoeren van gemeentelijke processen en het nastreven van doelen heeft de gemeente te maken met tal van risico's. Risico's zijn te definiëren als 'de kans op optreden van een gebeurtenis met negatieve gevolgen voor de gemeente'. De opgenomen risico’s betreffen alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet vooraf kwantificeerbaar zijn en waarvoor daarom geen voorzieningen kunnen worden getroffen.

Risicomanagement en risico-inventarisatie

Risicomanagement is een set van activiteiten en processen die samen betrouwbare en tijdige informatie verschaffen, die de organisatie in staat stelt om noodzakelijke beslissingen te nemen om nadelige effecten bij het optreden van risico’s te voorkomen of te minimaliseren. Risicobeheer is vervolgens de operationele stap om risico’s op tijd te herkennen, te beoordelen en proberen te beperken. 

Via risicomanagement en risicobeheer probeert de gemeente de effecten van de risico's op proces en doelbereiking te minimaliseren door bijvoorbeeld het 'zoveel mogelijk afdichten' van een open-eind regeling, door bevoegdheden in te perken, door extra controles/drempels in te bouwen of door risico's te verzekeren.

De gemeente maakt twee keer per jaar een risico-inventarisatie. Dit is een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de gemeentelijke financiële positie. Per risico is vervolgens een risicokaart opgesteld met een toelichting, de beheersmaatregelen, het maximaal risicobedrag en de kans van optreden van het risico. Vervolgens is van alle risicokaarten gezamenlijk berekend hoeveel vermogen nodig is om de risico’s op te vangen.

Weerstandsvermogen

Het totale risicobedrag van de gezamenlijke risicokaarten bepaalt de benodigde weerstandscapaciteit. Dit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.  Deze beschikbare weerstandscapaciteit is de hoeveelheid financiële middelen die beschikbaar is om de risico’s financieel op te vangen en bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en de ruimte om belastingen te verhogen (dit heet de onbenutte belastingcapaciteit).

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin een gemeente in staat is financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen, teneinde haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft daarmee de mate van robuustheid van de financiële huishouding weer. Dit is van belang om financiële tegenvallers te kunnen opvangen, zonder meteen te moeten bezuinigen. De beoordeling van het gemeentelijk weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen, die wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. 

Samenvattend begrotingsbeeld risico's en weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Samenvattend begrotingsbeeld risico's en weerstandsvermogen

Op 25 juni 2026 heeft de gemeenteraad de Jaarstukken 2025 vastgesteld, inclusief de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen, de actuele risicokaarten en een verhoging van de reserve Grondexploitatie naar ruim € 7,5 mln ter dekking van het gestegen risicoprofiel binnen de grondexploitaties. Bij het opstellen van de Begroting 2027 wordt geconstateerd dat de gemeentelijke risico's vanuit de onderliggende risicokaarten en de risico's, zoals opgenomen in de Nota Grondexploitatie 2026, in grote lijnen nog steeds juist zijn ingeschat. De beperkte aanpassingen vanuit de actuele risico-inventarisatie en het benodigde en beschikbare weerstandsvermogen zijn hieronder in de afzonderlijke onderdelen uitgewerkt.

De weerstandsratio voor de Begroting 2027 komt uit op 1,795. Dit is te kwalificeren als ruim voldoende. Hoewel de ratio voor het weerstandsvermogen nog boven de vastgestelde norm van 1,4 blijft (zie ook toelichting bij Beleidsveld 0, onderdeel Financiën, activiteit A26.0413), moet worden geconstateerd dat de  trend dalende is. Daarom zal in de komende jaren de risico-ontwikkeling vanuit bestuurlijke besluitvorming en externe factoren, de ontwikkeling van het eigen vermogen en de onbenutte belastingcapaciteit goed moeten worden bewaakt.

Risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatie

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de risico-inventarisatie bij de Begroting 2027. De risico's zijn in lijn met de voorgaande P&C rapportages gerubriceerd en opgenomen in risicokaarten. Op deze risicokaarten is ieder risico nader uitgewerkt met een toelichting, de beheersmaatregelen, het maximaal risicobedrag en de kans van optreden van het risico.

Bij het opstellen van de Begroting 2027 wordt geconstateerd dat de risico's in grote lijnen nog steeds juist zijn ingeschat ten opzichte van de Jaarrekening 2025, waarmee de gemeenteraad op 25 juni 2026 heeft ingestemd.  Bij de risicokaarten zijn alleen aanpassingen doorgevoerd bij risicokaart 16 Verzekeringen. In deze risicokaart waren  bij de Jaarstukken 2025 nog verschillende hoog-risico onderdelen opgenomen, zoals calamiteiten, elektrificatie werkmaterieel en inventarissen.  Dit terwijl de gemeente Waalwijk hoofdzakelijk kiest voor risico-overdracht naar verzekeraars. Op basis van een actuele inschatting is de conclusie dat een algemene totaaldekking van een risicobedrag van € 2,5 mln (eens in de 10 jaar: 60%) voor alle niet verzekerde calamiteiten toereikend is. Daarnaast is risicokaart 7 Schade aan sluisdeur verwijderd, omdat dit risico met een vaststellingsovereenkomst in 2026 is afgehandeld.

In een afzonderlijke rapportage is een actueel integraal overzicht opgenomen van alle geïdentificeerde risico's. Via deze link zijn alle risicokaarten in te zien:  risicokaarten. Voor de inzichtelijkheid van de Begroting 2027 is in onderstaand overzicht een opsomming gemaakt van de grootste risico's.

Kaart

Omschrijving risico

Maximaal risico

Percentage verwacht risico

Risico relevant voor ratio

15

Garanties rechtspersonen maatschappelijk vlak

€ 2.500.000

40%

€ 1.000.000

16

Verzekeringen - onverzekerde calamiteiten

€ 2.500.000

60%

€ 1.500.000

17

Gemeentefonds - BTW compensatiefonds

€ 1.500.000

60%

€    900.000

17

Gemeentefonds - SPUK's

€ 1.500.000

60%

€    900.000

21

AWBZ - Wmo 2015

€ 1.000.000

80%

€    800.000

22

Jeugdzorg

€ 1.500.000

80%

€ 1.200.000

23

Wmo - huishoudelijke hulp / gehandicaptenvoorzieningen

€ 1.000.000

80%

€    800.000

24

Participatie

€ 1.000.000

80%

€     800.000

30

Materiële vaste activa Haven Acht Oost

€ 2.500.000

60%

€ 1.500.000

31

Schade door cyberincident

€ 1.000.000

80%

€ 800.000

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend conform de vastgestelde werkwijze in de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2015.  Dit betekent dat van alle risicokaarten het maximale financiële gevolg (ingedeeld naar klasse) wordt vermenigvuldigd met het vastgestelde percentage op basis van de ingeschatte kans op schade  (ook per klasse). Het benodigde weerstandsvermogen wordt dan als volgt berekend:

Risicoklasse

Kans op schade

Aantal geïnventariseerde schades

Omvang maximale totale schade

Risicobedrag max omvang * kans op schade

waarschijnlijk

1 x per  5 jaar

Schades 11

€    6,1 miljoen

80% € 4,88 miljoen

mogelijk

1 x per 10 jaar

Schades 24

€ 14,8 miljoen

60% € 8,88 miljoen

onwaarschijnlijk

1 x per 15 jaar

Schades 16

€    4,0 miljoen

40% € 1,60  miljoen

onbekend

1 x per 10 jaar

Schades 9

€    5,3 miljoen

20% € 1,06  miljoen

 

 

 

 

€ 30,2  miljoen

         € 16,42 miljoen

 

Door de genoemde aanpassingen van de risicokaarten bij de risico-inventarisatie is de benodigde weerstandscapaciteit met € 16,42 mln wat lager dan bij de Jaarstukken 2025.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt eveneens berekend conform de vastgestelde werkwijze in de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2015. Deze beschikbare weerstandscapaciteit is de hoeveelheid financiële middelen die beschikbaar is om de risico’s financieel op te vangen en bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en de ruimte om belastingen te verhogen (dit heet de onbenutte belastingcapaciteit). In onderstaand overzicht is deze weerstandscapaciteit berekend vanuit de financiële gegevens uit deze Begroting 2027. 

Op grond van de nu bekende gegevens kan het volgende overzicht worden gegeven:

bedragen per 1 januari 2026 (x € 1.000).

Weerstandscapaciteit Incidenteel Structureel
Algemene reserve 21.832  
Totaal reserve capaciteit 21.832  
     
Onroerende zaakbelastingen (woningen)   7.546
Totaal onbenutte belastingcapaciteit   7.546
Onvoorzien   100
Subtotaal weerstandscapaciteit incidenteel/structureel 21.832  7.646
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit   29.478

Per begin 2026 bedraagt de totale weerstandscapaciteit van de gemeente Waalwijk € 29.478.000. De berekening van de weerstandscapaciteit is uiteraard een momentopname. De genoemde bedragen kunnen van jaar tot jaar fluctueren en jaarlijks wordt bij de begroting en jaarrekening een actuele berekening gemaakt. Ter afdekking van risico’s heeft de gemeenteraad normen vastgelegd voor de noodzakelijke omvang van de Algemene Reserve.

De beschikbare weerstandscapaciteit is lager dan in de Jaarstukken 2025 was opgenomen. Dit komt omdat de onbenutte belastingcapaciteit de afgelopen periode met een 100% verhoging van de totale OZB-inkomsten van het laatste verantwoordingsjaar te hoog was ingeschat. De onbenutte belastingcapaciteit wordt namelijk bepaald op basis van het jaarlijks in de meicirculaire opgenomen 'redelijk peil' (het door het Rijk vastgestelde normtarief dat aangeeft welke OZB-druk minimaal van een gemeente wordt verwacht voor zogeheten artikel 12-gemeenten). In 2026 is dit percentage op 15,95%, terwijl het tarief voor niet-woningen in Waalwijk hierboven ligt. Dus wordt vanaf de Begroting 2027 bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen rekening gehouden met een stijging voor woningen tot het 'redelijk peil'. Dit komt uit op ruim € 7,5 mln.

De Algemene Reserve moet een geblokkeerd gedeelte bevatten, om het totaal van de risico’s die ‘waarschijnlijk eens in de vijf jaar’ optreden te kunnen opvangen. Op dit moment gaat het om € 6,1 miljoen. Als een risico optreedt en er moet worden afgerekend, moet de Algemene Reserve onmiddellijk worden aangewend. Daarmee kan de ratio onder druk komen te staan. Een OZB-verhoging en daarbij behorende hogere opbrengst zal altijd enige tijd duren. Hierbij moet wel worden aangetekend dat het uitzonderlijk zou zijn, als alle risico's in categorie A op hetzelfde moment manifest worden.

Voor de grondexploitatie is een afzonderlijke risicoscan gemaakt, die buiten de risicokaarten blijft  (zie ook paragraaf 7: Grondbeleid). Hieruit blijkt dat de indirecte risico’s (uitgaande van afwijkingen van 1%)  én directe risico’s, die niet afgedekt worden door positieve projectresultaten, worden opgevangen door de reserve Grondexploitatie. De reserve Grondexploitatie is op basis van deze risico's bij de Jaarrekening 2025 verhoogd tot ruim € 7,5 mln. Deze reserve wordt niet ingezet bij de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. 

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin een gemeente in staat is financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen, teneinde haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft daarmee de mate van robuustheid van de financiële huishouding weer. Dit is van belang om financiële tegenvallers te kunnen opvangen, zonder meteen te moeten bezuinigen. De beoordeling van het gemeentelijk weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen, die wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. 

Met onderstaande ratio wordt een norm gesteld worden voor een aanvaardbare relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s op basis van de vastgestelde waarderingstabel. 

 

                                                   Beschikbare weerstandscapaciteit                       € 29.478.000

Weerstandsratio =         -------------------------------------------       =           -------------------       =        1,795 (ruim voldoende)

                                                     Benodigde weerstandscapaciteit                        € 16.420.000

Voor de gemeente Waalwijk bedraagt de ratio voor het weerstandsvermogen dus 1,795. Dit is te kwalificeren als ruim voldoende.

Verplichte kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verplichte kengetallen

Omschrijving (toelichting)

Gemeenten moeten in de paragraaf over weerstandsvermogen vijf vaste financiële kengetallen opnemen. Dit helpt om duidelijk te laten zien hoe de financiële situatie van de gemeente is. De kengetallen geven de gemeenteraad extra informatie, zodat zij beter kan sturen en controleren. De kengetallen zijn geen toetsingsnorm voor het toezicht van de provincie of het Rijk. Ze zijn bedoeld voor intern gebruik binnen de gemeente.

De verplichte kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishoudens)

In onderstaande tabellen zijn deze kengetallen op basis van de meerjarenbegroting doorgerekend voor de periode 2027-2030. Ook zijn de kengetallen van de Jaarrekening 2025 en Begroting 2026 opgenomen.

Financiële positie en houdbaarheid

De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. Een hoge netto schuldquote geeft aan dat bij een recessie de druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie-uitgaven hoog kan oplopen.  In de VNG-uitgave "Houdbare Gemeentefinanciën"2024  is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (< 100%) dit als voldoende kan worden bestempeld, tussen 100% en 130% als matig en boven 130% als onvoldoende. In 2026 tot en met 2028 beweegt deze zich in de range van matig, in 2029 voldoende, terwijl in 2030 de grenswaarde van 130% wordt bereikt. Dit duidt op een toenemende financieringsdruk in combinatie met hogere kapitaallasten. De positievere ontwikkeling in 2029 wordt veroorzaakt door de verwachte grondverkopen vanuit de grondexploitaties. De vaste schulden nemen in het algemeen toe door stijgende investeringen (o.a. het GOL, de Insteekhaven, onderwijshuisvesting, sporthal Waspik) en de stijging van de voorraden (grondexploitaties).  Meer informatie en de gevolgen van de stijging van de vaste schulden voor de rentelasten treft u aan in de paragraaf Financiering (en Treasury). 

De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen ligt in alle jaren lager dan de ongecorrigeerde schuldquote. In de begrote jaren 2026 tot en met 2028 een niveau zien dat binnen de door de VNG gehanteerde signaleringswaarde van matig ligt (tussen 90% en 120%), in 2029 is deze voldoende, terwijl in 2030 de grenswaarde van 120% wordt overschreden. Een hoge effectieve netto schuldquote geeft aan dat er mogelijk al sprake is van een risico op financiële stress door hoge schulden. De positieve ontwikkeling in 2029 wordt veroorzaakt door de verwachte grondverkopen vanuit de grondexploitaties.

De solvabiliteitsratio bevindt zich gedurende de periode 2025 tot en met 2030 binnen de door de VNG gehanteerde neutrale bandbreedte (20%–50%) en in 2030 komt het uit op 20%. Volgens de VNH-monitor voor houdbare gemeentefinanciën staat een solvabiliteitsratio lager dan 20% voor een zorgelijke vermogenspositie. Deze ontwikkeling wijst op een afnemende verhouding tussen eigen vermogen en het totaal vermogen, waardoor de financiële buffer om tegenvallers op te vangen geleidelijk kleiner wordt.

Relatie met weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit, bestaande uit onder andere de algemene reserve en overige vrij aanwendbare reserves, vormt het primaire instrument om financiële risico’s op te vangen. De dalende solvabiliteitsratio en de oplopende schuldquotes betekenen dat een groter deel van het vermogen is vastgelegd in activa en financiering, waardoor de flexibiliteit van het eigen vermogen afneemt.

Hoewel de financiële kengetallen gedurende de gehele planperiode grotendeels binnen de door de VNG gehanteerde normen blijven, laat de meerjarenraming zien dat:

  • de ruimte om nieuwe financiële risico’s op te vangen afneemt;
  • het belang van behoud en inzetbaarheid van de algemene reserve toeneemt;
  • schommelingen in baten of tegenvallers bij investeringsprojecten relatief sterker kunnen doorwerken op het weerstandsvermogen.
  • een blijvende actualisatie van het risicoprofiel,
  • terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen,
  • en aandacht voor het op peil houden van de vrij besteedbare reserves.

 Trendmatige beoordeling (VNG-perspectief)

  • een verschuiving van een laag naar een meer gespannen financieel profiel richting 2030;
  • een toenemende afhankelijkheid van vreemd vermogen, zichtbaar in de oplopende schuldquotes;
  • een afnemende vermogensbuffer, zoals blijkt uit de dalende solvabiliteit, maar nog wel de binnen de neutrale bandbreedte.

Op grond van onderstaande kengetallen en rekening houdende met het weerstandsvermogen op grond van de risicomatrix beschikt de gemeente Waalwijk over een matig gezonde financiële positie. Weliswaar beschikt de gemeente over een relatief hoge schuldpositie, maar deze is door het hoge investeringsniveau in de afgelopen jaren goed te verklaren.

Excel-tabel

Netto Schuldquote Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
A Vaste schulden (cf. art 46 BBV) 144.876 180.998 209.230 253.597 194.228 237.023
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.886 23.000 23.000 23.000 23.000 23.000
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 31.307 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000
Totaal 194.069 233.998 262.230 306.597 247.228 290.023
D Financiƫle activa (cf. art. 36 lid d,e en f) 0 0 0 0 0 0
E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 15.684 16.000 16.000 16.000 16.000 16.000
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 50 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
G Overlopende activa (cf. art 40a BBV) 7.959 7.000 7.000 7.000 7.000 7.000
Totaal 23.693 24.000 24.000 24.000 24.000 24.000
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV excl. mutaties reserves) 220.803 209.963 218.275 223.208 303.956 204.715
Netto Schuldquote: (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 77% 100% 109% 127% 73% 130%
De werkelijke netto schuldquote bij jaarrekening wijkt af van de begroting. Deze afwijking zien we jaarlijks terugkomen. Bij de begroting worden alle geplande investeringen meegenomen in de berekening van de netto schuldquote. In de praktijk zien we dat veel van deze investeringen doorschuiven. Daardoor is het werkelijke percentage lager.
Netto Schuldquote Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2025 2026 2027 2028 2029 2030
A Vaste schulden (cf. art 46 BBV) 144.876 180.998 209.230 253.597 194.228 237.023
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.886 23.000 23.000 23.000 23.000 23.000
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 31.307 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000
Totaal 194.069 233.998 262.230 306.597 247.228 290.023
D Financiƫle activa (cf. art. 36 lid b,c,d,e en f) 19.302 19.603 19.276 18.947 18.615 15.820
E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 15.684 16.000 16.000 16.000 16.000 16.000
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 50 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
G Overlopende activa (cf. art 40a BBV) 7.959 7.000 7.000 7.000 7.000 7.000
Totaal 42.995 43.603 43.276 42.947 42.615 39.820
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (excl. mutaties reserves) 220.803 209.963 218.275 223.208 303.956 204.715
Netto Schuldquote gecorrigeerd: (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 68% 91% 100% 118% 67% 122%
Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
A Totaal eigen vermogen 113.036 94.926 90.181 87.290 86.190 84.740
B Totaal van de passiva 324.821 357.435 382.658 424.961 365.064 406.932
Solvabiliteit: A/B x 100% 35% 27% 24% 21% 24% 21%
Grondexploitaties Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
A Totaal van de activa van de niet in exploitatie genomen bouwgronden 0 0 0 0 0
B Totaal van de activa van de in exploitatie genomen bouwgronden 550 14.357 16.903 32.365 -57.583 -48.459
C Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (excl. mutaties reserves) 220.803 209.963 218.275 223.208 303.956 204.715
Grondexploitatie: (A/B)/C x 100% 0,2% 7% 8% 14% -19% -24%
Structurele begrotingsruimte Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
A Structurele lasten 180.056 197.397 198.600 197.788 195.886 198.852
B Structurele baten 190.450 195.914 197.249 193.604 191.386 193.524
Totaal B-A 10.394 -1.483 -1.351 -4.184 -4.500 -5.328
C Structurele toevoegingen 0 0 0 0 0
D Structurele onttrekkingen 867 3.021 1.316 1.071 1.072 1.532
Totaal D-C 867 3.021 1.316 1.071 1.072 1.532
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (excl. mutaties reserves) 220.803 209.963 218.275 223.208 303.956 204.715
Structurele begrotingsruimten: ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 5% 1% 0% -1% -1% -2%
Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in %:Belastingcapaciteit (E/F) x 100% Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 390 390 390 390 390 390
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 202 217 231 231 231 231
C Afvalstoffenheffing voor een gezin (conform begrotingen AVRI) 246 278 287 287 287 287
D Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 838 885 908 908 908 908
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in het voorafgaande begrotingsjaar 1.053 1.095 1.095 1.095 1.095 1.095
Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in %: Belastingcapaciteit (E/F) x 100% 80% 81% 83% 83% 83% 83%
De belastingcapaciteit woonlasten meerpersoonshuishouden wordt eenmaal per jaar door het COELO verstrekt.
Samenvattende toelichting op de belangrijkste financiƫle kengetallen:
Minst risicovol Neutraal Meest risicovol Jaarrekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Netto schuldquote <90% 90-130% >130% 77% 100% 109% 127% 73% 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen <90% 90-130% >130% 68% 91% 100% 118% 67% 122%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20% 35% 27% 24% 21% 24% 21%