Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Programma's Binnenstad, Duurzaamheid, Economie en Veiligheid

Doelstellingen

Ambitie

In 2016 is gestart met programmatisch werken door het tijdelijk aanstellen van drie programmamanagers (Binnenstad, Economie en Veiligheid). Hiermee hebben we een eerste stap gezet om de maatschappelijke opgaven centraal te stellen. Wij vinden programmamanagement een krachtig instrument, maar een goede evaluatie hiervan is wel belangrijk. Deze evaluatie is nog niet uitgevoerd. Gezien de grote opgaven waar we voor staan, zie beleidsveld 6 en 7, zetten we het programmamanagement voor Binnenstad, Economie en Veiligheid voor 2019 en 2020 voorlopig voort. Ook voegen we nieuw programmamanagement voor Duurzaamheid toe. Daarbij stellen we de voorwaarde dat er na twee jaar, vóór de kadernota 2021, een evaluatie plaatsvindt van het programmamanagement waarin zichtbaarheid, toerusting, inbedding in de organisatie, slagkracht en de behaalde resultaten en effecten belangrijke meetindicatoren zijn. Op basis daarvan besluiten we of het programmamanagement wordt gecontinueerd. Naast een programmamanager heeft elk programma een ontwikkelbudget ter beschikking. Daarnaast is  voor alle vier programma’s een uitvoeringsbudget gereserveerd waaruit de uitvoeringsmaatregelen op basis van concrete plannen kunnen worden gedekt.

Programma Binnenstad

Ambitie
In onze strategische visie Waalwijk 2025 hebben we de binnenstad benoemd als één van de urgenties. We gaan de binnenstad transformeren tot een toegankelijke en aantrekkelijke plek voor ontmoeting en vermaak. Daarbij verbinden we onze schoen- en lederbedrijven aan de retail- en leisurefunctie. Tegelijkertijd gaan we naar een compacter centrum dat minder leunt op winkels, maar waar ruimte is voor ontmoeten en wonen. 

We pakken deze ambitie programmatisch op: onze doelstelling is duidelijk, de komende jaren werken we integraal en stap voor stap om dit te bereiken en sturen snel bij om kansen te benutten en om snel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. De vastgestelde  centrumvisie is de basis voor het programma. Het te voeren beleid en achtergronden kunt u in meer detail lezen op pagina 34 (beleidsveld 3: economie). 

Wat willen we bereiken?

  • Een compacter centrum in zowel aanbod als vierkante meters
    • winkelruimte daalt tot ca. 30.000 m2 in 2025.
    • toevoegen van 100 woningen  in de periode tot 2025.
    • leegstand terugdringen naar 5%  in 2025.
  • Meer winkelend publiek
    • Uitbreiding supermarktaanbod met 1.800 m2 in 2025.
  • Meer bezoekers (Niet winkelend publiek)
    • Meer horeca: stijging met 500 m2 in 2025.
    • Aantal bezoekers evenementen centrum stijgt.
    • Meer groen: 20% meer bomen/plantenbakken in 2025.
  • Betere samenwerking stakeholders
    • Versterken organisatiestructuur en investeringsbereidheid stakeholders.
  • Thema schoen-leder zichtbaarder in centrum
    • 500 m2 ambachtelijke schoen-leder bedrijven in 2025.

Wat mag het kosten?
Voor het programma binnenstad zijn beperkte middelen beschikbaar. Naast een ontwikkelbudget van € 75.000 is er een nog nader te bepalen gedeelte beschikbaar van het voor de vier programma’s beschikbaar gestelde investeringsbudget voor de komende twee jaar voor concrete programma acties. De meeste acties worden daarom gefinancierd uit de lijnbudgetten zoals aangegeven in de desbetreffende beleidsvelden.

52. Winkelvloeroppervlakte leegstand (in m2)

53. Ontwikkeling dagelijks en niet-dagelijks aanbod verkooppunten

Programma Duurzaamheid

Ambitie
Duurzaamheid is de groene draad in onze strategische visie Waalwijk 2025. De nieuwe coalitie heeft in haar programma 'Samen duurzaam vooruit' de ambities uit Waalwijk 2025 herhaald en aangescherpt, onder andere door Duurzaamheid als vierde programma op te nemen. De volgende drie ambities zijn de kapstok waaraan het programma duurzaamheid is opgehangen:

  • Waalwijk moet leefbaar blijven voor de kinderen van onze kinderen, de C02 uitstoot moet daarom in 2030 met 49% omlaag;
  • Waalwijk moet klimaatneutraal zijn in 2043;
  • Waalwijk moet zich duurzaam ontwikkelen. 

Wat willen we bereiken?

  • Energieverbruik verminderen en duurzaam grootschalig opwekken
    Enerzijds zullen we de energie die we binnen de gemeente verbruiken duurzaam moeten opwekken, anderzijds zullen we in de gebouwede omgeving moeten inzetten op besparingsmaatregelen en de transitie van gas als brandstof voor warmte naar alternatieve duurzame bronnen. Deze enorme opgave wordt vanuit het landelijk klimaatakkoord via de provincies en Regionale Energiestrategieën (RES) uitgerold. Wij zullen in 2020 in de regio afspraken maken over de wijze waarop wij een bijdrage kunnen leveren aan de regionale doelstelling met inachtneming van de lokale ambities.
    • Gebouwde omgeving: opstellen visie warmtetransitie (plan van aanpak van het gas af in 2050)
    • Woningvoorraad: tot 2030 jaarlijks 1,5% besparing op energie (gas en elektro). 
    • In 2030  is 50% van het elektriciteitsverbruik duurzaam opgewerkt (1,9PJ);
    • In 2024 hebben de bedrijven voldaan aan verplichting milieuwet: energiebesparende maatregelen;
    • Het gemeentelijk vastgoed heeft in 2025 label C (onze kantoren al in 2023);
    • Openbare verlichting: scenario 4: 20% besparing in 2020, 50% besparing in 2030 t.o.v. 2013;

  • Verbeteren kwaliteit water en groen
    We werken aan een groene en gezonde leefomgeving omdat dit van invloed is op de gezondheid van onze inwoners en de tevredenheid van de leefomgeving. Onze groene buitenruimte is goed lopend bereikbaar en nodig uit tot bewegen. Onze buitenruimte  is bestand tegen de klimaatverandering zoals hitte- en droogtestress en (regen)waterovervloed
    • Klimaat bestendige buitenruimte
    • Uitslag van 0-meting Stand van zaken biodiversiteit
    • Leefbaar groen
    • 10% meer groen in 2030, 5% meer biodiversiteit in 2030, afstand tot toegankelijkheid groen 300/500/700

  • Duurzamer produceren en consumeren 
    Waalwijk wordt een economisch systeem dat hergebruik van producten en grondstoffen maximaliseert en waardevernietiging minimaliseert. Dat is een ander economisch systeem dan het huidige lineaire systeem waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. Met onze organisatie en met (koepels van) bedrijven gaan we waar mogelijk gesprekken aan, in het kader van groene ondernemerschap , om gebouwen en (productie) processen circulair in te richten. Initiatieven om bezit te reduceren worden ondersteund, denk hierbij bijvoorbeeld aan deelauto- projecten (Mobility as a Service, MaaS). We werken aan een duurzame mobiliteit. We stimuleren het gebruik van schone voertuigen, de aanleg van comfortabele (snelle) fietspaden. (zie beleidsveld 2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat).in 2020
    • 75% afval gescheiden in 2020.
    • Restafval 100kg per inwoner per jaar in 2020.
    • Aantal schone voertuigen per 100 inwoners,
    • aantal E-oplaadpalen per 100 inwoners.
    • Voldaan aan fairtrade criterium

Wat mag het kosten?
Voor het programma duurzaamheid zijn in de begroting 2020 middelen beschikbaar gesteld. Naast een ontwikkelbudget van € 75.000 is er een nog nader te bepalen gedeelte beschikbaar van het voor de vier programma’s beschikbaar gestelde investeringsbudget voor de komende twee jaar voor concrete programma acties. De meeste acties worden daarom gefinancierd uit de lijnbudgetten zoals aangegeven in de desbetreffende beleidsvelden.  Daarnaast gaan we op zoek naar co-financiering vanuit landelijke, provinciale en regionale middelen.

De financiën die nodig zijn voor de uitvoering van het programma duurzaamheid worden door de vakafdelingen in de programmabegroting verantwoord. tevens is er voor de ontwikkeling van de programma's een budget beschikbaar van € 75.000 en is voor de uitvoering van het programma Duurzaamheid in de begroting voorzien in een tweetal reserves voor opstart en initiëring van activiteiten en de opstart van de warmtetransitie, te weten de reserve van 1 miljoen voor de vier programma’s (2019 en 2020) en de in de begroting 2020 opgenomen reserve van 1 miljoen voor de uitvoering van de extra taken op het gebied van verduurzaming, te weten:

  • Regionale energie strategie;
  • Grootschalige opwek van duurzame energie;
  • Verduurzaming van de huidige woningen;
  • Duurzame realisatie van nieuwe woningen;
  • Klimaatadaptatie;
  • Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed;
  • Participeren in, en beoordelen van nieuwe innovaties;
  • Verduurzaming van industrieterreinen;
  • De warmtetransitie;
  • De groene agenda.

28. Omvang huishoudelijk restafval (in Kg) (BBV)

Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.


29. Hernieuwbare elektriciteit (BBV)

37. Elektrische laadpunten en tankpunten

Het aantal elektrische laadpunten en tankpunten voor biobrandstoffen/(groen)gas



60. CO2 uitstoot Waalwijk (in ton)

CO2-uitstoot Gebouwde Omgeving (gas, elektr. en warmte, tier 3/tier 2), CO2-uitstoot Industrie, Energie, Afval en Water (gas en elektr., tier 3), CO2-uitstoot Landbouw, bosbouw en visserij, SBI A (gas, elektr., tier 3)De CO2-uitstoot wordt berekend door de energiedragers (bijvoorbeeld kWh elektriciteit , m3 gas, liters benzine) te vermenigvuldigen met de emissiefactor van die energiedrager. Deze emissiefactoren variëren per jaar, afhankelijk van de brandstofmix van de elektriciteitsproductie, de hoeveelheid bijgemengde biobrandstof en de calorische waarde en koolstofinhoud van aardgas. De bronnen van de verschillende energiedragers en emissiefactoren zijn vermeld bij desbetreffende gegevens.
CO2-uitstoot Verkeer en vervoer incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer (scope 1, tier 1)De Emissieregistratie levert op basis van emissieberekening per emissieoorzaak een landelijk CO2-emissietotaal op. Deze CO2-emissies worden door de Emissieregistratie ook verdeeld over gemeenten. Om deze verdeling te berekenen selecteert de Emissieregistratie voor elke emissieoorzaak de meest optimale verdeelsleutel. Denk hierbij aan verkeersintensiteit (voertuigkilometers) voor emissies uit wegverkeer. Emissieregistratie publiceert CO2-emissies per gemeente en voor Nederland als geheel en hoeveelheden gebruikte voertuigbrandstof (bijvoorbeeld benzine, diesel, LPG) en energie-inhoud voor Nederland als geheel. Rijkswaterstaat gebruikt gegevens van de Emissieregistratie om het lokale energiegebruik voor verkeer en vervoer (dat niet door de Emissieregistratie zelf gepubliceerd wordt) te bepalen. Rijkswaterstaat berekent hiertoe eerst emissiefactoren en energie-inhouden op basis van: - de totale hoeveelheid gebruikte energie van Nederland per brandstofsoort, zoals gepubliceerd door de Emissieregistratie; - de totale hoeveelheid gebruikte voertuigbrandstof van Nederland per brandstofsoort, zoals gepubliceerd door de Emissieregistratie; - de totale CO2-emissie van Nederland per brandstofsoort, zoals gepubliceerd door de Emissieregistratie. Rijkswaterstaat berekent de emissiefactoren door de CO2-emissie en de hoeveelheid gebruikte voertuigbrandstof op elkaar te delen. Rijkswaterstaat berekent de energieinhoud door de totale hoeveelheid gebruikte energie en de hoeveelheid gebruikte voertuigbrandstof op elkaar te delen. Rijkswaterstaat deelt vervolgens de door de Emissieregistratie gepubliceerde CO2-emissie per gemeente per vervoersmodaliteit (bijvoorbeeld wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart) door deze emissiefactoren om te komen tot de hoeveelheden gebruikte voertuigbrandstof per gemeente per vervoersmodaliteit (bijvoorbeeld liters benzine). Daarnaast vermenigvuldigt Rijkswaterstaat de op deze manier verkregen hoeveelheden gebruikte voertuigbrandstof per gemeente met de berekende energie-inhoud om te komen tot de hoeveelheid gebruikte energie (bijvoorbeeld TJ’s energie-inhoud van die benzine) per gemeente per vervoersmodaliteit.


61. Totaal gas en elektriciteitsverbruik woningen (in Tj)

CBS publiceert het gemiddelde gas- en elektriciteitsgebruik van alle woningen (afgerond op 50 eenheden) en het totaal aantal woningen. Rijkswaterstaat bepaalt de totale gas- en elektriciteitsgebruiken door het gemiddelde gebruik van alle woningen te vermenigvuldigen met het totale aantal woningen in de gemeente per 1 januari van een bepaald jaar. Cijfers voor totaal energiegebruik die gebruik maken van “totaal aantal woningen” kunnen om een aantal redenen afwijken van het werkelijke totaal: (1) In het totaal aantal woningen kunnen ook woningen aanwezig zijn die leeg staan. Deze woningen hebben een lager dan gemiddeld energieverbruik en worden dus deels ten onrechte meegeteld in het totaal. Dit aantal leegstaande woningen en hun (lagere) energieverbruik is per gemeente niet bekend. Er kan dus niet voor het lagere energiegebruik van leegstaande woningen worden gecorrigeerd; (2) In het totaal aantal woningen kunnen ook woningen aanwezig zijn die geen aardgas gebruiken, maar bijvoorbeeld propaangas of een warmtepomp. Deze woningen kunnen een ander energieverbruik hebben dan de woningen die aardgas gebruiken, wat kan leiden tot een afwijking naar boven of beneden. Echter, omdat deze woningen wel energie en soms zelfs fossiel gas (maar met een iets andere energie-inhoud dan aardgas) gebruiken, is deze afwijking klein en daardoor minder relevant. Er kan niet voor deze afwijking worden gecorrigeerd, omdat de aantallen woningen en hun alternatieve energiegebruik niet bekend zijn; (3) Gedurende het jaar kunnen woningen worden gebouwd en gesloopt. Deze gegevens worden verwerkt in het woningaantal per 1 januari van het volgende jaar. Gedurende het jaar zijn deze mutaties niet per gemeente bekend; (4) De afronding op 50 eenheden door CB S zelf kan ook leiden ook tot een afwijking van het werkelijke totaal. Voor aardgas is de afrondingsfout in Nederland 1,8 % (afronding op 50 is een maximale afwijking van 25 op een gemiddeld gasverbruik van 1400) , voor elektriciteit 0,8 % (afronding op 50 is een maximale afwijking van 25 op een gemiddeld elektriciteitsgebruik van 3050). Deze afrondingsfout kan per jaar en per gemeente leiden tot een onderschatting of een overschatting. Bovenstaande situaties (1) en (2) kunnen leiden tot een overschatting van het totaalgebruik van met name aardgas. Situatie (1) kan leiden tot een overschatting van het gebruik van elektriciteit. Situatie (2) heeft geen invloed op de berekening van het gebruik van elektriciteit, ervan uitgaande dat praktisch alle bewoonde woningen zijn aangesloten op het elektriciteitsnet en elektriciteit gebruiken en/of uitwisselen met het net, al is het maar voor verlichtingsdoeleinden. Situatie (3) kan leiden tot een onderschatting van het energieverbruik omdat gemiddeld gesproken de woningvoorraad groeit. Netto kan een overschatting van het totaal gasverbruik over blijven van gemiddeld ca. 3 %, volgens CBS. Deze overschatting wisselt per gemeente en is afhankelijk van het aantal leegstaande, nieuwgebouwde en gesloopte woningen gedurende het jaar in die bepaalde gemeente. Voor het elektriciteitsgebruik zijn de over- en onderschatting van gelijke ordegrootte. De berekeningsmethode en de oorzaken van mogelijke onder- en overschatting blijven door de jaren heen gelijk. Ook is er sowieso al een vergelijkbare afrondingsfout in de gepubliceerde gemiddelden aanwezig vanwege situatie (4). Daarom heeft het hanteren van deze berekeningsmethode weinig of geen significante invloed op de gepresenteerde trends in gas- en elektriciteitsgebruik. In het totaal aantal woningen zijn ook woningen aanwezig die geen aardgas gebruiken maar warmte geleverd krijgen via een warmtenet (‘warmtewoningen’). In gemeenten waar warmtewoningen zijn, is dat door CB S al verdisconteerd in het gemiddelde aardgasverbruik van alle woningen. Daardoor leidt dit niet tot een afwijking in de berekende totale gasverbruiken in die gemeenten volgens de methode zoals bovenstaand beschreven. CBS publiceert het percentage warmtewoningen, mits hoger dan 5 % van het totaal aantal woningen in de betreffende gemeente. Dit percentage wordt door CB S afgerond op 1 cijfer achter de komma. Rijkswaterstaat gebruikt dit percentage om het aantal warmtewoningen te berekenen, door dit percentage te vermenigvuldigen met het totaal aantal woningen in die gemeente. Vervolgens trekt Rijkswaterstaat het aantal warmtewoningen vervolgens af van het totaal aantal woningen om een schatting van het aantal gaswoningen op aardgas (‘gaswoningen’) te verkrijgen. Deze schatting van de ‘gaswoningen’ wijkt af van het werkelijke aantal, omdat een gering aantal woningen geen aardgas gebruikt, maar ook geen warmtelevering krijgt. Voorbeelden zijn woningen die propaangas of een warmtepomp gebruiken voor ruimteverwarming. In feite geeft het aftrekken van de warmtewoningen van het totaal aantal woningen, het aantal woningen weer dat geen warmte geleverd krijgt. De afwijking van het daadwerkelijk aantal gaswoningen is naar schatting van Rijkswaterstaat qua ordegrootte vergelijkbaar met de afrondingsfout die al ontstaat door het afronden van het gepubliceerde percentage warmtewoningen op 1 cijfer achter de komma. Daarnaast wijkt de schatting van het aantal gaswoningen af in gemeenten waar het percentage woningen met warmtelevering minder dan 5 % is, omdat in die gemeenten door CB S geen percentage warmtewoningen wordt gepubliceerd. Deze afwijking kan oplopen tot 5 %.



Programma Economie

Ambitie

In 2025 is Waalwijk een aantrekkelijk gemeente om te werken en ondernemen en zijn we een duurzaam regionaal werkgelegenheidscentrum. Daarbij is de vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in balans en is Waalwijk het centrum van schoen- en lederontwikkeling in Nederland. Aldus onze strategische visie en het coalitieprogramma 'Samen duurzaam vooruit'. 

Wat willen we bereiken?

  • Versterken arbeidsmarkt:  
    • werkeloosheidscijfer onder landelijke en Brabants gemiddelde;
    • Instroom vanuit de WW naar participatiewet neemt met 25% per jaar af. 
    • we vergroten uitstroom uit de participatiewet: 100 per jaar.
  • Imago vestigingsklimaat wordt beter:
    • Waalwijk blijft in de top 3 logistieke topregio Nederland;
    • we staan structureel in de top 25 van (digitale) dienstverlening van Nederland;
    • Ontwikkelen  & objectiverings-tool kwaliteit bedrijventerreinen: gereed 2020.

  • Meer ruimte om te ondernemen

    • Relatieve leegstand bedrijventerreinen onder de 8%;
    • Vestiging / verhuizing van minimaal 5 MKB bedrijven;
    • In 2023 34 hectaren grootschalige logistiek ontwikkeld;
    • Behouden icoon bedrijven Waalwijk.

Wat mag het kosten?

Voor het programma economie zijn beperkte middelen beschikbaar. Er is een ontwikkelbudget van € 75.000 plus een nog nader te bepalen gedeelte van het voor de vier programma’s beschikbaar gestelde investeringsbudget voor de komende 2 jaar voor concrete programma acties. De meeste acties worden derhalve gefinancierd uit de lijnbudgetten zoals aangegeven in de desbetreffende beleidsvelden.

Indicatoren

Voor de monitoring  van de voortgang van het programma willen we het economisch vliegwiel inzetten. Op de belangrijkste sectoren  meten we jaarlijks de progressie en geven dat grafisch weer in het economisch vliegwiel
Daarnaast worden in de beschreven acties in de diverse beleidsvelden de resultaten beschreven.

--
54. Vestigingen (per 1.000 inwoners 15-74 jaar)

Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-75 jaar.



55. Banen (per 1.000 inwoners 15-74 jaar)

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 74 jaar.



56. Vestigingen naar soort

Vestigingen Landbouw

Percentage banen uitgesplist naar sector landbouw. Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten.


Vestigingen Industrie, Vestigingen Collectieve dienstverlening, Vestigingen Overige dienstverlening

Vestigingen Handel

Percentage banen naar uitgesplitst naar sector handel. Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten.


Vestigingen Zakelijke dienstverlening

Percentage banen uitgesplitst naar sector zakelijke dienstverlening. Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten.


57. Werkloosheidspercentage

De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).


Programma Veiligheid

Ambitie
Waalwijk is een veilige gemeente en dit willen we zo houden. We ambiëren sociale en fysieke veiligheid voor alle Waalwijkers. Een veilige omgeving om te wonen, werken en recreëren en onze kinderen te laten opgroeien. Daarom spelen we tijdig en adequaat in op de dynamiek die veiligheid met zich meebrengt. Veiligheid is bovendien iets van iedereen, dus we streven er naar dat iedereen in Waalwijk meewerkt om Waalwijk veilig te houden (maatschappelijke barrière). Dat geldt ook voor de organisatie gemeente Waalwijk (interne barrière).

Toelichting op programma veiligheid versus beleidsveld veiligheid. Het programma Veiligheid richt zich met name op de vraag wat er nodig is (randvoorwaardelijk) om duurzaam aan veiligheid te werken. De focus daarbij is beleidsveld -en daarmee portefeuille- overstijgend. Het beleidsveld veiligheid richt zich met name op de inhoudelijk relevante thema's en de operationele aanpak. De focus daarvan is specialistisch en binnen het beleidsveld/portefeuille veiligheid. 

Wat willen we bereiken?

Waalwijk is en voelt veilig
Ons veiligheidsbeleid is een dynamisch geheel. Dit betekent dat we altijd inspelen op actualiteiten. Extra aandacht is er voor de in het integraal veiligheidsbeleidsplan 2019-2022 opgenomen prioriteiten:

  • Verminderen van de overlast
    • Daling van overlast naar 75 punten in 2021.
  • Verminderen High Impact Crimes
    • Aantal High Impact Crimes liggen maximaal op het niveau van het voorgaande jaar. 
  • Meer verbinding zorg en veiligheid
    • Meer preventieactiviteiten op jeugd & gezin dan in 2019
  • Verminderen van ondermijning
    • 100% uitvoeren veilige publiekstaak;
    • 2021 barrieremodel geimplementeerd: malafide ondernemingen en partners van de gemeente; 
    • Geen integriteitsschending binnen bestuur & ambtelijke organisatie.

Wat mag het kosten?
Voor het programma Veiligheid zijn beperkte middelen beschikbaar. Er is een ontwikkelbudget van € 75.000 plus een nog nader te bepalen gedeelte van het voor de vier programma’s beschikbaar gestelde investeringsbudget voor de komende twee jaar voor concrete programma acties. Daarnaast een werkbudget van € 90.000 voor intensivering veiligheid. De meeste acties worden derhalve gefinancierd uit de lijnbudgetten zoals aangegeven in de desbetreffende beleidsvelden.

--
58. Aantal High Impact Crimes