Meer
Publicatiedatum: 24-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Actualiseren begrotingspositie

Startpositie financieel

Algemeen

De Begroting 2019 is door de gemeenteraad vastgesteld op 8 november 2018. Inmiddels is het Voorjaarsbericht 2019 opgesteld, waarbij ook is gekeken naar de meevallers in de jaarrekening 2018. Voor zover die meevallers doorwerking hadden naar 2019 en volgende jaren zijn deze meegenomen. De structurele effecten van het Voorjaarsbericht 2019 zijn in onderstaande tabel voor 2020 en verder weergegeven, met  een splitsing tussen doorwerking vanuit het Najaarsbericht 2018 en nieuwe voorstellen. Inhoudelijke toelichting op deze wijzigingen zijn in het Voorjaarsbericht 2019 opgenomen.

Financieel beeld na voorjaarsbericht 2019

Onderaan de tabel zijn de effecten van dit voorjaarsbericht toegevoegd.

Bedragen x € 1.000          N=Nadeel V=Voordeel 2020 2021 2022 2023
Begroting 2019        
Basis begroting 2019 V    2.061 V     1.826 V    1.546  
1e begrotingswijziging N    1.286 N    1.286 N    1.286  
Voor raadsbehandeling V        775 V        540 V        260  
Amendement OZB (wijziging 2019-005) N          58 N          58  N          58   
Raadsbesluit 8 november 2018 V       717 V       482 V       201 V       201
         
Effecten Voorjaarsbericht 2019        
Doorwerking Najaarsbericht 2018 N     430 N     430 N     430 N     430
Effect overige voorstellen V        88 N     552 N     558 N     409
Totaal Voorjaarsbericht N    342 N     982 N     988 N     839
         
Totaal voorafgaand aan Kadernota 2020 V     375 N     500 N     787 N     638

De cijfers 2020 – 2022 van bovenstaand financieel beeld zijn het uitgangspunt voor deze Kadernota 2020, dus voorafgaand aan onontkoombaarheden en wensen.

Beschouwingen voorafgaand aan de begroting

Beschouwingen voorafgaand aan de begroting

Uit bovenstaand financieel beeld blijkt dat de structurele doorwerking van het Voorjaars-bericht 2019 een substantieel negatief effect heeft op het financieel meerjaren beeld. Nog voordat onontkoombaarheden en wensen in deze Kadernota aan de orde zijn, is duidelijk dat zeer terughoudend met nieuwe (structurele) wensen moet worden omgegaan, dat er in structurele zin weinig tot geen ruimte is en dat dekkingsvoorstellen moeten volgen. Randvoorwaarde is en blijft een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. In de loop van het jaar hebben wij nader gekeken naar enkele “pijnpunten” in de begroting. Dit betreft de volgende punten, die hierna worden toegelicht:

  • Bestendiging van bestaand beleid;
  • Ontwikkelingen Sociaal Domein;
  • Reserve Onderwijshuisvesting.

Bestendiging van bestaand beleid

Bestendiging van bestaand beleid zijn de toevoegingen die jaarlijks aan de begroting worden gedaan voor de dekking van kapitaallasten op de uitvoering van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) en voor extra onderhoud wegens areaaluitbreidingen. Dit is ook opgenomen in de door de raad vastgestelde nota van uitgangspunten voor de Begroting 2020. Vanuit de Begroting 2019 is dit gedaan tot en met de jaarschijf 2022, vanuit de Begroting 2020 dient hieraan de jaarschijf 2023 te worden toegevoegd. Hetzelfde geldt voor het effect van de areaaluitbreiding op de opbrengst onroerende zaakbelastingen, waarvan we het effect, evenals vorig jaar, hebben laten corresponderen met de jaarlijkse toevoeging aan het budget voor het onderhoud van openbaar groen wegens areaaluitbreiding. Met een verhoging van de OZB buiten inflatie is, conform het coalitieprogramma, geen rekening gehouden.

Bedragen x € 1.000          N = Nadeel    V= Voordeel 2023
Bestendiging beleid naar 2023 toe:  
Kapitaallasten IUP etc. N    281
Areaaluitbreidingen OZB V       75
Onderhoud openbaar groen wegens areaaluitbreidingen N       75
Totaal N    281

N.B.: Daarnaast is nog een meerjarige herberekening van de kapitaallasten IUP gemaakt. Dit heeft geleid tot voordelen in de jaren 2019 en 2020, die in het Voorjaarsbericht 2019 al zijn opgenomen en tot nadelen in de jaren 2022 en 2023 van € 134.000 per jaar (en feitelijk structureel) , die samen met mutaties uit bovenstaande tabel onder de onontkoombaarheden in deze Kadernota 2020 zijn verwerkt.

Ontwikkelingen Sociaal Domein

Als gevolg van de transities Participatiewet, WMO en Jeugdzorg en de onzekerheden c.q. deels niet of slechts gedeeltelijk te beïnvloeden factoren, zijn er voor de gemeente blijvend risico’s aan deze posten verbonden. Al bij het Voorjaarsbericht 2019 is getracht zo actueel mogelijk de lasten van deze posten meerjarig op te nemen. Daarnaast is met ingang van 2020 een extra voeding aan de reserve transities voor deze risico’s Sociaal Domein opgenomen. Per onderdeel volgt hierna een korte toelichting van de actuele stand van zaken; voor uitgebreidere toelichtingen wordt verwezen naar het deel Sociaal Domein uit het Voorjaarsbericht 2019 en het hoofdstuk reserves in deze Kadernota.

Voor het deel Participatiewet is conform de geactualiseerde begroting 2019 en de ontwerpbegroting 2020 van Baanbrekers de bijdrage aan Baanbrekers meerjarig in de ramingen opgenomen. Dekking daarvoor was vanuit de oormerkingen algemene uitkering gemeentefonds beschikbaar. Aangezien de oorsprong van deze meerjaren mutaties in het jaar 2019 ligt, is een uitgebreidere toelichting daarop opgenomen in het Voorjaarsbericht 2019.

Voor de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is in het kader van het Voorjaars-bericht 2019 een zo actueel mogelijke herberekening voor alle deelbudgetten gemaakt. Dit leidt tot extra lasten in de exploitatie, waarvoor reeds in de begroting opgenomen oormerkingen vanuit de algemene uitkering gemeentefonds als dekking structureel zijn ingezet. Beschrijving van deze mutaties is opgenomen in het Voorjaarsbericht 2019.

Voor 2019 wordt het verwachte extra nadeel voor de jeugdzorg van € 995.000 gedekt uit de reserve transities (conform raadsbesluit 11 april 2019). In de jaren daarna wordt op basis van nog daadwerkelijk te effectueren beheersmaatregelen per jaar een dalend bedrag aan lasten in de exploitatie opgenomen (te beginnen met € 700.000 in 2020, met daarna steeds een daling van € 150.000 per jaar). Dit resulteert in extra lasten van
€ 700.000 voor 2020, € 550.000 voor 2021, € 400.000 voor 2022 en € 250.000 voor 2023. In tegenstelling tot 2019 worden deze bedragen met ingang van 2020 op voorhand niet meer gedekt uit de reserve transities, maar komen deze geheel ten laste van de exploitatie.

Naar aanleiding van de jaarrekening 2018 wordt nader onderzocht of en zo ja verdere structurele aanpassing van de raming voor jeugdzorg nodig is. Inmiddels zijn er ook signalen dat bij de Meicirculaire 2019 mogelijk vanuit het rijk een compensatie voor gestegen lasten Jeugdzorg richting gemeenten komt. Vooralsnog kunnen wij beide effecten in deze Kadernota 2020 nog niet kwantificeren. Dit blijft dus een risico. Indien hierover mee bekend is, zullen wij de raad informeren.

In het Najaarsbericht 2018 zijn structureel hogere lasten gemeld voor regiotaxi
(€ 193.000) en leerlingenvervoer (€ 181.000). In het Voorjaarsbericht 2019 is daarover opgenomen dat taakstellend van iedere post € 50.000 aan lagere lasten met ingang van 2020 wordt opgenomen: nadere maatregelen moeten tot een structurele kostenreductie leiden.

In de raadsvergadering van 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het tot en met 2020 handhaven van de reserve transities op een niveau van € 2.000.000. Deze risicoreserve dient primair om de financiële risico’s in het Sociaal Domein af te dekken. Daarbij is destijds bepaald dat in de loop van 2020 voor de begroting 2021 de structureel benodigde budgetten, mede op basis van realisatiecijfers, voor uitvoering van de transities worden geraamd. Zoals hiervoor is aangegeven, is dit inmiddels bij het Voorjaarsbericht 2019 geëffectueerd.

Aan deze (mede op basis van realisatiecijfers) geactualiseerde ramingen, blijven nog steeds risico’s verbonden, omdat het grotendeels open einde regelingen betreft. Daarom wordt voorgesteld om overeenkomstig de eerdere lijn uit het raadsbesluit van 2017, de reserve, indien nodig, jaarlijks aan te vullen tot een bedrag van € 2 miljoen. De reserve transities wordt voortaan, aansluitend op de term voor het desbetreffende beleidsveld, voor de duidelijkheid de reserve Sociaal Domein genoemd.

Reserve Onderwijshuisvesting

De reserve onderwijshuisvesting als egalisatiereserve voor de baten en lasten verband houdend met onderwijshuisvesting blijft vooralsnog in stand. Afschaffen van de tot en met heden gevolgde methodiek leidt tot een op dit moment niet gewenste belasting van de exploitatiebegroting. Wel wordt naar aanleiding van het recent vastgesteld MIP de reserve in 2020 eenmalig met € 1 miljoen versterkt. De reserve geeft de mogelijkheid om ten minste tot 2027 de huidige en toekomstige lasten te dekken. Bij een volgend MIP zal deze situatie opnieuw worden bezien.

Onontkoombaarheden

Onontkoombaarheden

In onderstaand overzicht is aangegeven wat naar de mening van het college de onontkoombaarheden zijn. Het college wenst de betreffende bedragen op de begroting te brengen. Uitgebreidere toelichtingen op de onontkoombaarheden treft u als bijlagen bij deze Kadernota aan.

  Bedragen  x € 1.000         N=Nadeel    V=Voordeel 2020 2021 2022 2023
1 SALHA hogere bijdrage 2020 -7 -7 -7 -7
2 Green deal sportvelden -121 -121 -97 -97
  Green deal sportvelden 21 21 17 17
3 Inbedding Leerwerkloket Midden-Brabant -23 -23 0 0
4 Trekkenwand De Leest -19 -19 -19 -19
5 Onderwijs: Basisschool Teresia -17 -17 -17 -17
  Onderwijs: Basisschool Teresia 17 17 17 17
6 Extra kapitaallasten Insteekhaven 0 350 -120 -120
7 Areaaluitbreiding OZB herberekening niet-woningen 400 550 700 700
  Onderhoud groen wegens areaaluitbreiding -60 -83 -105 -105
8 Areaaluitbreiding OZB 0 0 0 75
  Onderhoud groen wegens areaaluitbreiding 0 0 0 -75
9 Kapitaallasten IUP 0 0 -134 -415
10 Kapitaallasten Gebiedsontwikkeling Oostelijk Langstraat (GOL) 0 0 -520 -520
  Totaal onontkoombaarheden V     191 V     669 V     285 V     566

 

Verkorte toelichting onontkoombaarheden

1. Bijdrage aan SALHA (archief)

De bijdrage 2020 en verder aan streekarchief SALHA wordt, naast nominale stijging, op basis van de begrotingen 2020 structureel met € 7.000 verhoogd voor activiteiten e-depot.

2. Green deal sportvelden
Met het verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen met ingang van 2020 ontstaat een andere kijk op onkruidbestrijding. Met de komst van de green deal verandert het curatief handelen naar preventief handelen en op die manier wordt voorkomen dat onkruid een kans krijgt op de velden. Dit preventief handelen houdt in dat meer mechanische bewerkingen van een veld nodig zijn. Getracht wordt de green deal zo goedkoop en adequaat mogelijk uit voeren, met daarbij de verwachting dat na twee jaar op basis van ervaringen op alle velden (per saldo) de lasten met € 20.000 kunnen worden verlaagd

3. Inbedding Leerwerkloket Midden-Brabant

Het Leerwerkloket Midden Brabant is mede ontstaan door een stimuleringsregeling vanuit het Rijk - met financiële bijdragen van het UWV en de gemeente Tilburg - in 2015 en heeft zich in de afgelopen jaren bewezen. Er is sprake van regionale dienstverlening met een moderne arbeidsmarktinfrastructuur, waarbij er bereik is onder inwoners en ondernemers in de regio. Voorstel is om de bijdrage aan het Leerwerkloket voor 2020 en 2021 in de begroting op te nemen.

4. Trekkenwand De Leest

Op grond van een eerder raadsbesluit worden de kapitaallasten van de investering in de trekkenwand bij De Leest als pre-prioriteit opgenomen in de Kadernota  2020

5. Onderwijs: Basisschool Teresia

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 13 december 2018 besloten een budget van € 305.000 beschikbaar te stellen voor de inpandige uitbreiding van basisschool Teresia en de kapitaallast ad € 16.775 vanaf 2020 als pre-prioriteit mee te nemen in de Kadernota 2020.

6. (Extra) kapitaallasten Insteekhaven

In de meerjarenbegroting 2019 is met ingang van 2021 € 350.000 per jaar aan kapitaallasten van de insteekhaven opgenomen. Door het 1 jaar later gereed komen, vallen de kapitaallasten in 2021 vrij (een éénmalig voordeel van € 350.000). In 2022 en verder zit dus al € 350.000 aan kapitaallasten voor de insteekhaven in de ramingen. Door twee aanvullende voorstellen nemen deze kapitaallasten met respectievelijk
€ 100.000 en € 20.000 structureel toe met ingang van 2022.

7. Areaaluitbreiding OZB-herberekening niet-woningen / onderhoud areaal

Op het industrieterrein Haven Waalwijk is recent een groot aantal bouwvergunningen afgegeven. Deels is op die percelen al gestart met de bouw en is een inschatting gemaakt vanaf welk moment dit leidt tot extra OZB niet-woningen. Deze extra OZB stijgt met ingang van 2020 uit boven de jaarlijks standaard opgenomen hogere OZB-opbrengst vanwege autonome ontwikkelingen. In het betreffende gebied moet ook onderhoud worden verricht. Hiervoor is een stelpost onderhoud opgenomen ter hoogte van 15% van de toename van de OZB-opbrengst.

8. Areaaluitbreiding OZB 2023 / onderhoud areaal
Conform gebruikelijke systematiek is het effect van areaaluitbreiding in laatste jaar (2023) opgenomen conform de nota van uitgangspunten 2020. Dit betekent € 75.000 aan zowel extra OZB-opbrengst (baten) als aan extra budget onderhoud groen vanwege autonome groei in het te onderhouden areaal.

9. Kapitaallasten IUP
In het kader van het Voorjaarsbericht 2019 is meerjarig het IUP geheel opnieuw doorgerekend. Voor de jaren 2019 en 2020 levert dat incidentele voordelen op (zie hiervoor het Voorjaarsbericht 2019). Met ingang van 2022 leidt de herberekening tot een structureel nadeel van € 134.000 per jaar. Daarnaast zijn in 2023 de kapitaalasten IUP bijgeraamd met € 281.000, zoals opgenomen in de door de raad vastgestelde Nota van Uitgangspunten 2020.

10. Kapitaallasten Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)

Bij doorlichting van de meerjarenbegroting ter voorbereiding op de Kadernota is naar voren gekomen dat een deel van de kapitaallasten abusievelijk niet opgenomen is. Op basis van de huidige inzichten worden de werkzaamheden betrekking hebbende op het GOL in 2021 afgerond. Op grond van de nota afschrijvingsbeleid dient vanaf 2022 rekening gehouden te worden met de kapitaallasten van € 520.000 per jaar.

Wensen

Wensen

In onderstaand overzicht is aangegeven wat naar de mening van het college de wensen  zijn. Het college wenst de betreffende bedragen op de begroting te brengen. Uitgebreidere toelichtingen op de wensen treft u als bijlagen bij deze kadernota aan.

  Bedragen x € 1.000          N=Nadeel     V=Voordeel  2020 2021 2022 2023
1 Datagedreven werken -105 -105 0 0
  Dekking Datagedreven werken 105 105 0 0
2 Formatie / Capaciteit BOA's -60 -60 0 0
3 Formatie / Capaciteit Handhavers -150 -150 -150 -150
  Formatie / Capaciteit Handhavers, bestaand budget 87 30 0 0
4 Formatie-uitbreiding juridische capaciteit -156 -156 0 0
5 Accountmanagement economie -150 -150 0 0
6 Onderwijs: eenmalig bijstorten in reserve -1.000 0 0 0
  Dekking uit algemene reserve 1.000 0 0 0
7 Verblijfsbelasting arbeidsmigranten 339 951 951 951
8 Wijk-ggz / aanpak verwarde personen -66 -66 0 0
9 Kinderboerderij 't Erf -25 -25 0 0
10 Aanvulling budget Woonvisie 2019 (e.v.) -16 0 0 0
11 Generatiepact p.m. p.m. p.m. p.m.
12 Burgerbegroting -150 -1.150 0 0
  Burgerbegroting --> dekking 2020 beleidsreserve 150 1.150 0 0
13 Inzet praktijkondersteuner JJGZ huisartsenpraktijken -48 -48 0 0
14 Instellen reserve duurzaamheid -1.000 0 0 0
  Dekking uit algemene reserve 1.000 0 0 0
15 Instellen reserve sport -1.000 0 0 0
  Dekking uit algemene reserve 1.000 0 0 0
16 Leerstoel ondermijning -38 -38 0 0
  Totaal wensen N     283 V    289 V     801 V     801

 

Toelichting wensen

1. Datagedreven werken (€ 105.000 in 2020 en 2021)

Digitalisering, informatietechnologie en data zijn in dit tijdperk in toenemende mate belangrijk. Data biedt grote kansen en het slim gebruik maken van die data beïnvloedt onze manier van werken en organiseren. Datagedreven werken helpt om kennis over de stad te verzamelen en om inzicht te krijgen in trends en ontwikkelingen. Voor 2020 en 2021  wordt expertise en extra capaciteit ingezet voor aansturing van datavraagstukken, bundeling van data(analyse) vragen, het leggen van verbinding met het Smart City-programma, het initiëren van (pilot)dataprojecten en het centraal coördineren om deze nieuwe manier van werken te verankeren in de organisatie. Dekking komt uit de beleidsreserve.

2. Formatie / capaciteit BOA’s (€ 60.000 in 2020 en 2021)

De inzet van een BOA die zich specifiek kan richten op Haven 1 t/m 8 is niet alleen in 2019 noodzakelijk. Ook in de komende jaren (2020 en 2021) is het belangrijk om in dit gebied BOA-capaciteit te organiseren. Richting het bedrijfsleven zijn toezeggingen (meer dan eens) gedaan om intensief te handhaven op overtredingen, zoals het parkeerverbod voor vrachtwagens op Haven 1 t/m 8. Daarnaast is er sprake van een doorontwikkeling van de truckparking, wat het noodzakelijk maakt om aan de handhavingskant extra inzet te organiseren.

3. Formatie / capaciteit handhavers (structureel € 150.000)

Enige jaren geleden was er landelijk sprake van dat bouwtoezicht geprivatiseerd zou gaan worden middels de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Voor gemeenten zou dit betekenen dat er minder capaciteit nodig is op toezicht en handhaving ten aanzien van bouw, omdat dit door de markt zou worden geregeld. Die nieuwe wetgeving is er nog steeds niet en het ziet er niet naar uit dat die er gaat komen. Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving was destijds tijdelijk een aflopend inhuurbudget voor handhavers in de begroting opgenomen. Om het handhavingsniveau te behouden op het niveau waarin we nu zitten, is het belangrijk om de capaciteit gelijk te houden.

4. Formatie-uitbreiding juridische zaken (€ 156.000 in 2020 en 2021)

Met het voorstel tot uitbreiding van de juridische zaken wordt voor de periode van heden tot en met 2021, de capaciteit en kwaliteit van de juridische advisering (bestuurs- en privaatrechtelijk) op het gebied van veiligheid en integriteit verbeterd. In 2019 wordt dit gefinancierd uit de reeds bestaande reserve voor de programma’s; voor 2020 en 2021 zijn de noodzakelijke middelen als wens in deze Kadernota opgenomen.

5. Formatie accountmanagement economie (€ 150.000 in 2020 en 2021)

Tot op heden is de uitbreiding van accountmanagement gefinancierd uit tijdelijke middelen, o.a. middelen voor programmamanagement. Nu wordt het tijdelijke activiteit met twee jaar verlengd. Door een gerichte inzet van accountmanagers die te werk gaan op basis van een accountplan, dat periodiek wordt geactualiseerd, wordt een stap gezet in de verbetering van het vestigingsklimaat van Waalwijk. Na twee jaar zal de account-functie worden geëvalueerd en aan de hand hiervan zal worden bezien welke structurele formatie noodzakelijk is om een adequate invulling te kunnen geven aan de account-functie. Bij de kadernota 2022 zal de raad hierover nader worden geïnformeerd.

6. Onderwijs: eenmalig bijstorten in reserve (€ 1 miljoen)

Vooralsnog wordt reserve huisvesting onderwijs gecontinueerd. Gelet op de besluit-vorming over het MIP (raad 13 december 2018), met de daarin voorliggende voorstellen, wordt de reserve vanuit de algemene reserve met € 1 miljoen versterkt.

7. Verblijfsbelasting arbeidsmigranten (baten 2020 € 339.000, dan € 951.000 per jaar)

In het coalitieakkoord Samen duurzaam vooruit 2018-2022 is opgenomen dat het college overweegt om nachtverblijfbelasting in te voeren voor kort verblijvende arbeidsmigranten. Niet om extra inkomsten te verwerven, maar om de kosten van toezicht en handhaving te dekken. In de beleidsnotitie arbeidsmigratie Waalwijk 2018 (december 2018) is besloten dat de gemeente Waalwijk actief regie gaat voeren op het proces van participatie en integratie van arbeidsmigranten. Het college zal in samenspraak met stakeholders een concreet plan van aanpak met actiepunten ontwikkelen en vaststellen. Het aantal arbeidsmigranten zal de komende jaren toenemen.

Daadwerkelijke invoering van verblijfsbelasting met ingang van 2020 is haalbaar. Voorstel is om uit te gaan van een tarief van € 1,25 per nacht. Indien hiertoe besloten wordt moet de raad voor 1 januari 2020 de verordening vaststellen. Met terugwerkende kracht invoeren is fiscaal-juridisch niet mogelijk.

8. Wijk-GGZ / aanpak verwarde personen (€ 66.000 in 2020 en 2021)

In 2018 is een pilot gestart met een wijk-ggz’er, een functionaris die incidenten met verwarde personen probeert te voorkomen en aan de slag gaat met de personen die wel voor eventuele overlast zorgen en/of waarbij toeleiding naar zorg gewenst is. Deze pilot is erg succesvol gebleken en zodoende in 2019 verlengd. Voorstel is om ook voor 2020 en 2021 deze functie te verlengen. De structurele invulling zal worden betrokken bij de eerder afgesproken evaluatie van het team WIJZ.

9. Kinderboerderij ’t Erf (€ 25.000 in 2020 en 2021)

Voor in ieder geval de eerste 2 jaar dient een budget van € 25.000 beschikbaar gesteld te worden om de continuïteit van kinderboerderij ’t Erf te waarborgen in combinatie met een beleid dat past in de huidige wet- en regelgeving. Tegenwoordig en zeker gericht op de toekomst dient een kinderboerderij te worden aangepast richting natuureducatie en een meer multifunctionele accommodatie om een grotere maatschappelijke rol te vervullen. We willen samen met de kinderboerderij en het bedrijfsleven activiteiten en sociaal maatschappelijke initiatieven ontwikkelen om de kinderboerderij meer exposure te bieden.

10. Aanvulling budget Woonvisie 2019 (€ 16.000 in 2020)

Eind 2019 wordt een nieuwe Woonvisie vastgesteld. Voor de uitvoering is een bedrag beschikbaar van € 34.000. In 2019 is een bedrag van €50.000 nodig. Daarmee kunnen we uitvoering geven aan de Woonvisie en aan paragraaf 7.6 van het coalitie-programma. Daarin wordt onder andere benoemd de inzet op levensloopbestendige wijken en de kwaliteit van buurten, extra aandacht voor bepaalde doelgroepen zoals starters, het creëren van extra mogelijkheden voor experimenten met bijzondere woonvormen en inzet op particuliere woningverbetering.

11. Generatiepact (“p.m.”)

Mogelijk maken dat oudere medewerkers duurzaam door kunnen werken in de gemeente Waalwijk en mobiliteitskansen genereren voor de andere of nieuwe medewerkers.

Er is inmiddels onderzoek verricht naar een aantal varianten die de insteek van een generatiepact hebben, oudere stromen geleidelijk uit met een gedeeltelijke korting op het salaris en jongeren krijgen kansen. Daarnaast kent de gemeentelijke overheid een demotieregeling. Medewerkers kunnen op verzoek van de werkgever korter gaan werken en krijgen een afbouwende korting op het salaris. Er zal worden gezocht naar een combinatie van beide regelingen. Deze regelingen kennen allebei een smeermiddel om ouderen te laten uitstromen, waardoor jongeren kunnen instromen. Wat e.e.a. exact gaat kosten, wordt nog nader onderzocht.

12. Burgerbegroting (€ 150.000 in 2020 en € 1.150.000 in 2021)

Met de burgerbegroting krijgen inwoners de mogelijkheid om de plus te bepalen, om te bepalen waar en hoe er extra geïnvesteerd moet worden. Vanuit het kader om de economische opbrengsten van de Noordkant A59 in te zetten voor het vergroten van de leefbaarheid aan de Zuidkant A59 stellen we voor om € 1.000.000 beschikbaar te stellen vanuit de beleidsreserve zolang deze middelen uit de Noordkant van de A59 toereikend hiervoor zijn. Op deze manier bepalen inwoners ook echt de plus, omdat er niet bezuinigd hoeft te worden om middelen vrij te maken voor de Burgerbegroting.  Vooralsnog worden middelen beschikbaar gesteld voor:

•  2020 en 2021 per jaar € 100.000 voor kosten projectleider en € 50.000 werkbudget;

•  2021 € 1.000.000 Burgerbegrotingsbudget.

13. Inzet praktijkondersteuner JJGZ huisartsenpraktijken (€ 48.000 in 2020 en 2021)

In de regio Hart van Brabant wordt in het kader van innovatie een aantal pilots uitgevoerd. Eén van de pilots die aanwijsbaar effectief is (inhoudelijk en financieel)  gebleken, gaat over het verbinden van een praktijkondersteuner jeugd - GGZ (POH-er) aan huisartsenpraktijken. Deze praktijkondersteuner jeugd GGZ zorgt er voor dat huisartsen al vroegtijdig jeugdigen met GGZ – problematiek kunnen doorverwijzen naar de POH–er en deze kan vervolgens een diagnose stellen. De functie wordt voorlopig tot en met 2021 gecontinueerd. De structurele invulling zal worden betrokken bij de eerder afgesproken evaluatie van team WIJZ.

14. Instellen nieuwe reserve duurzaamheid (€ 1 miljoen)

De lokale, maar ook landelijke ambities betreffende de energietransitie worden steeds duidelijker. Om in 2043 klimaatneutraal te zijn moeten gemeentes en regio’s aan de gang. De gemeente is in eerste instantie in de lead om de energietransitie vorm te geven. Voorstel is om vanuit de algemene reserve € 1 miljoen te storten in een reserve duurzaamheid. In een nog verder uit te werken plan kunnen bestedingsvoorstellen duurzaamheid worden voorgelegd, bijvoorbeeld voor beleid en projectleiding energietransitie.

15. Instellen nieuwe reserve sport (€ 1 miljoen)

Voor het beleidsveld sport ontbreekt op dit moment een beleidskader. Het college wenst te komen tot een algehele kadernota sport. Daarin wordt voor de onderdelen buitensportaccommodaties, zwembaden, binnensportaccommodaties, sportbeleid / sportstimulering en tarieven het beleid uiteengezet. Voorafgaand aan het daadwerkelijk door de gemeenteraad vaststellen van een kadernota sport, speelt op korte termijn een aantal zaken (waaronder accommodatie SSC), dat niet kan wachten op die nota. Om tot die tijd toch (extra) zaken m.b.t. sport geregeld te krijgen, is het voorstel om uit de algemene reserve € 1 miljoen te onttrekken en te storten in een (nieuwe) reserve sport.

Uit deze reserve kunnen ook de (extra) kosten voor het opstellen van de kadernota sport worden gefinancierd.

16. Leerstoel ondermijning (€ 38.000 in 2020 en 2021)

Mede uitgedaagd door de provincie, die vanuit het programma Veerkrachtig Bestuur heeft opgeroepen om na te denken over bestuurlijke innovatie en experimenten, is het idee ontstaan om een leerstoel ondermijning in te stellen (vooralsnog voor een periode van vier jaar). Het doel is te komen tot een wetenschappelijke onderbouwing van de inzet van wetgeving in relatie tot het beter effectief kunnen handelen, waardoor de aanpak van ondermijning wordt versterkt. Dit betekent, aan de hand van fieldlabs, praktijk en wetenschap met elkaar in verbinding brengen. In breed perspectief moet de leerstoel bijdragen aan het voorkomen en een effectieve aanpak van alle vormen van criminaliteit of vermenging € 150.000 per jaar. Waalwijk wil voor een periode van 2 jaar een bijdrage leveren gelijk verdeeld over de deelnemende gemeenten en in 50-50 cofinanciering met de provincie, tot een maximum  € 37.500 per jaar. Na twee jaar willen wij de effectiviteit meten en op basis daarvan bij de kadernota 2022 een besluit nemen over een mogelijk vervolg.

 

Financieel beeld na onontkoombaarheden en wensen

Financieel beeld na onontkoombaarheden en wensen

Bedragen x € 1.000          N=Nadeel     V=Voordeel 2020 2021 2022 2023
         
Geactualiseerde startpositie V     375 N     500 N     787 N     638
Onontkoombaarheden V     191 V     669 N     285 N     566
Sub-totaal na onontkoombaarheden V     566 V     169 N  1.072 N 1.204
Wensen N    283 V    289 V     801 V     801
Sub-totaal na wensen V     284 V    457 N     271 N     403
         
Optionele dekking:        
Afzien prijscomp. 2020 jaarschijf 2022 0 0 V     440 V     440
         
Financieel beeld 2020-2023 V     284 V     457 V     169 V      37

Nadat de effecten van alle voorstellen aan onontkoombaarheden en wensen zijn verwerkt, resteert bovenstaand financieel beeld. Na 2020 en 2021 slaat het voordeel om in een nadeel voor 2022 en verder.

Hoewel bovenstaande cijfers richting begroting 2020 zeker nog gaan wijzigen, stellen we voor om, mocht dat t.z.t. noodzakelijk zijn, vanaf 2022 de structurele prijscompensatie 2020 niet door te voeren:

Door een zogenaamde kaasschaafmethode toe te passen in de vorm van het achterwege laten van de jaarlijkse ophoging van de direct beïnvloedbare (3.8-) posten van de begroting. De omvang van deze posten bedraagt circa € 22 miljoen. In de nota van uitgangspunten is voor 2020 een prijscompensatie opgenomen van 2%. Dit betekent dat bij keuze van deze optie € 440.000 aan structurele dekkingsmiddelen gevonden kan worden. Voorstel is om deze korting pas met ingang van de jaarschijf 2022 te effectueren.

Met inachtneming van dit voorstel ontstaat bij de Kadernota 2020 een financieel meerjaren beeld dat structureel een reëel in evenwicht is. Dit kader vormt de basis voor de verdere uitwerking van de begroting 2020 conform de nota van uitgangspunten 2020.

 

Nog niet bekende gegevens Meicirculaire 2019

We moeten hierbij direct opmerken dat de begrotingspositie in belangrijke mate wordt bepaald (en onder druk staat) door de algemene uitkering uit het gemeentefonds. In het bovenvermelde perspectief is rekening gehouden met de stand van zaken uit de op dit moment meest recente circulaire over het gemeentefonds, de decembercirculaire 2018.

Benadrukt wordt nogmaals dat eerst meer duidelijkheid en zekerheid ontstaat bij – in eerste instantie – de Meicirculaire 2019 en later de daadwerkelijke samenstelling van de begroting.

Over de uitkomsten van de Meicirculaire 2019 zal uw raad zo snel mogelijk en in ieder geval voorafgaand aan het kaderstellend debat van 27 juni a.s. worden geïnformeerd.