In de begroting 2026 zijn diverse taakstellingen opgenomen die voortkomen uit landelijke ontwikkelingen, beleidsbesluiten binnen de regio en lokale keuzes in het sociaal domein.
Een deel van deze taakstellingen vloeit voort uit het implementatieplan Samen Redzaam, dat is opgesteld naar aanleiding van de Koers Sociaal Domein. Ter dekking van dit plan is een besparingslijn opgenomen gericht op lokaal beïnvloedbare zorgkosten binnen het sociaal domein.
Daarnaast lopen er nog enkele taakstellingen door uit eerdere begrotingsjaren, met name als gevolg van door het Rijk opgelegde kortingen via circulaires van het gemeentefonds. Dit betreft de verlaging van trekkingsrechten via de SVB/PGB en de herinvoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de taakstellingen die in de begroting 2026 zijn opgenomen voor de jaren 2026 t/m 2030. In de toelichting per taakstelling is waar nodig de actuele stand van zaken verwerkt, inclusief het al dan niet realiseren van de taakstelling of eventuele bijstellingen die in toekomstige actualisaties nodig zijn.
|
Bedragen x € 1.000
|
2026
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
|
1a. Structureel besparingspotentieel sociaal domein lokaal
|
926 |
1.157
|
1.389
|
1.389
|
1.389
|
|
1b. Verhoging besparingspotentieel sociaal domein lokaal
|
384 |
384 |
384 |
384 |
384 |
| 2. Korting rijk Septembercirculaire 2022: SVB PGB trekkingsrechten |
83 |
83 |
83 |
83 |
83 |
|
3. Korting rijk Meicirculaire 2023: Eigen bijdrage Wmo
|
0
|
562
|
562
|
562
|
562
|
|
Totaal
|
1.393
|
2.186
|
2.418
|
2.418
|
2.418
|
Bovenstaande posten 1 tot en met 3 worden hierna verder toegelicht.
1. Besparingspotentieel sociaal domein lokaal
Lokaal zetten we in op drie besparingslijnen die in ieder geval gericht zijn op de 0-lijn. Hierbij beogen we individuele inzet naar groepsaanbod te brengen. Zo ook meer indicatievrije voorzieningen waardoor er minder inzet nodig is gericht op indicatiestelling. Er zijn minder indicaties nodig en we versimpelen het proces voor die zorg waar wel een indicatie nodig is. Daarmee streven we naar een verlaging van de capaciteit op trede 4. Daarnaast is er door indicatievrije voorzieningen minder inzet van specialistische zorgaanbieders nodig, waardoor de zorgkosten voor deze inzet dalen.
Deze besparingslijnen richten zich op het beïnvloedbare deel van de zorgkosten zoals begroot in 2024, oftewel € 11,6 miljoen. Op het bedrag van € 11,6 miljoen nemen we hiervoor een besparingslijn op in dit voorstel van 6% in 2025 oplopend via 8% in 2026 en 10% in 2027 naar 12% in 2028. Dit resulteert in de reeks uit bovenstaande tabel.
Aanvullend wordt het besparingspotentieel verhoogd vanaf 2026 voor twee onderdelen. De eerste betreft het wegnemen van de eerder beoogde structurele ombuiging bij Den Bolder van€ 34.000. Deze ombuiging willen we alsnog realiseren door de transformatie van indicatie naar indicatievrije voorzieningen. Hiervoor is een sterke sociale basis met voldoende voorzieningen van groot belang, daarmee ook de locatie Den Bolder. Het tweede onderdeel betreft een aanvullende ombuiging van € 350.000 structureel als onderdeel van het FRP traject bij de Kadernota 2026. De verwachting is dat met aanvullende valuecases nog meer kan worden bespaard. De ontwikkelingen hiervan zullen gedurende de P&C momenten vanaf 2026 worden gerapporteerd.
2. Korting rijk Septembercirculaire 2022: SVB PGB trekkingsrechten
Bij de Septembercirculaire 2022 van de algemene uitkering heeft het rijk aan gemeenten een korting opgelegd voor PGB (Persoonsgebonden Budget) trekkingsrechten . Voor Waalwijk gaat het om een bedrag van € 83.000 in 2026 en verder. Vanuit het budget op product 634 Maatwerk dienstverlening 18+ (WMO) zal gemonitord worden of en zo ja, in hoeverre deze taakstellingen vanuit het rijk haalbaar is. Deze structurele uitname uit het gemeentefonds (met ingang van 2023) is een gevolg van een overeenkomst tussen de VNG en het ministerie van VWS ter compensatie van de uitvoeringskosten van de door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en het ministerie van VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Op basis van de evaluatie kan besloten worden om de structurele uitname uit het gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen.
3. Korting Rijk bij Meicirculaire 2023 algemene uitkering: eigen bijdrage Wmo
In eerdere circulaires is vanuit het Rijk een korting aangekondigd in de algemene uitkering, gekoppeld aan de herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze korting werd bij de Meicirculaire 2023 eerst ingetrokken, in afwachting van nadere besluitvorming. Inmiddels is de verwachting dat het kabinet per 1 januari 2028 de huidige vaste eigen bijdrage van € 21 per maand zal vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo. Vooruitlopend op deze wetswijziging was in de gemeentelijke meerjarenbegroting een structurele taakstellende besparing opgenomen (conform meicirculaire 2023) van € 562.000 vanaf 2027. Nu de invoering is uitgesteld naar 2028 vervalt de korting op de Algemene Uitkering in 2027 van € 562.000, dit staat waarschijnlijk opgenomen in de Meicirculaire 2026 en zal dan financieel worden verwerkt.
De maatregel is bedoeld om het gebruik van Wmo-voorzieningen beter te richten op mensen die deze ondersteuning het meest nodig hebben. Het huidige abonnementstarief heeft geleid tot overmatig gebruik, ook door huishoudens die deze hulp zelf kunnen bekostigen. Dit zorgt voor oplopende kosten en wachttijden bij gemeenten.
Met de invoering van de nieuwe systematiek zullen inwoners met een hoger inkomen en vermogen ook een hogere eigen bijdrage betalen – oplopend tot maximaal € 328 per maand. Huishoudens met een lager inkomen blijven beperkt tot een minimale bijdrage van € 23,60 per maand. Gemeenten behouden beleidsvrijheid om specifieke doelgroepen (gedeeltelijk) vrij te stellen van deze bijdrage.
Doordat inwoners met een hoger inkomen een hogere eigen bijdrage betalen, verwacht het Rijk dat de lasten voor gemeenten dalen. Deze lagere lasten voor gemeenten moeten de korting op het gemeentefonds compenseren. In feite is er daarmee geen sprake van een nog in te vullen taakstelling. Er blijft alleen een risico dat de nieuwe regeling uiteindelijk minder aan eigen bijdragen oplevert dan nu wordt verwacht en becijferd door het Rijk. Dit risico kan vanaf 2028 opgenomen worden in de risicoparagraaf van de gemeente.
Overige ombuigingen
In de Begroting 2026 zijn voor de jaren 2026 – 2029 nog de volgende overige taakstellingen opgenomen:
| Bedragen x € 1.000 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
| 1. Efficiency administratieve processen |
|
50 |
50 |
50 |
| 2. Verhogen kostendekkendheid begraafplaatsen |
200 |
200 |
200 |
200 |
| 3. Formatie college B&W |
|
230 |
230 |
230 |
| Totaal |
200 |
480 |
480 |
480 |
Bovenstaande posten 1 tot en met 3 worden hierna verder toegelicht.
1. Efficiency administratieve processen
In 2027 zal er een onderzoek gaan plaatsvinden naar de efficiency binnen de administratieve processen. Te denken valt aan het optimaal gebruik maken van technische (automatiserings)mogelijkheden zodat er efficiency voordelen ontstaan.
2. Verhogen kostendekkendheid begraafplaatsen
In 2026 zijn de tarieven in de Verordening grafrechten 2026 alleen verhoogd met het algemene indexatiepercentage van 2,2%, omdat de noodzakelijke voorbereidingen voor het realiseren van de hogere kostendekkendheid nog niet zijn afgerond. Hierdoor is het niet haalbaar om de beoogde ombuiging van € 200.000 vanaf 2026 al te realiseren, zoals oorspronkelijk opgenomen in het ombuigingsvoorstel. Bij het Najaarsbericht komen we hier op terug.
3. Formatie college B&W
Na de verkiezingen in 2026 zal worden gekeken naar de samenstelling van het college van B&W. Voor nu gaan we uit van een wethouder minder.