Meer
Publicatiedatum: 27-06-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Financieel overzicht

Inleiding

Anders dan in de coalitieprogramma's van de vorige bestuursperiodes staat er op deze plaats geen opsomming van alle maatregelen en activiteiten die de komende jaren uitgevoerd moeten worden. Het perspectief aan de start van de komende bestuursperiode is anders dan in de periodes 2010-2014 en 2014-2018 toen er grote bezuinigingsopgaven lagen. 

 

Bestuursperiode Totale ombuiging Waarvan op de organisatie

2006-2010

1.400.000

€200.000

2010-2014

€6.800.000

€900.000

2014-2018

€5.800.000

€1.500.000

Totaal

€14.000.000

€2.600.000

 

Het is een bewuste keuze ons nu tot hoofdlijnen te beperken. Dus: wel de financiële kaders aangeven en de speerpunten benoemen, maar niet de gedetailleerde invulling daarvan. Dit biedt de mogelijkheid voor het college en de raad om in te spelen op de actualiteit. Niet alles van tevoren dichtspijkeren maar alle raadsfracties jaarlijks de gelegenheid geven om hun inbreng te hebben. Dat is waar wij voor staan. Als bijlage bij dit coalitieprogramma is een overzicht gevoegd dat de financiële vertaling van het beleid voor de komende vier jaar weergeeft. Dit overzicht wordt gebruikt voor de samenstelling van de begroting 2019. De daadwerkelijke besluitvorming over de mutaties vindt plaats bij de vaststelling van de begroting 2019 voor wat betreft het begrotingsjaar 2019. De bij de begroting 2019 behorende meerjarenramingen 2020-2021-2022 neemt u dan voor kennisgeving aan. Er liggen ook enkele zaken die we nog dit jaar willen uitvoeren. Met de dekking van de lasten daarvan is in dit document rekening gehouden. 

 

Financiële uitgangspositie

Op de exploitatie

De door de raad vastgestelde begroting 2018 is geactualiseerd met alle zaken die zich nadien hebben voorgedaan en als onontkoombaar moeten worden aangemerkt. 

 

Het beeld wordt dan:

  2019 2020 2021 2022
begrotingsruimte €265.000 €1.862.000 €2.246.000 €2.933.000

Dit positieve beeld komt voornamelijk tot stand door een aanmerkelijk hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds die gemeenten in staat moet stellen om tot uitvoering van het Interbestuurlijk Programma over te gaan. Dit is een akkoord tussen overheden om de maatschappelijke vraagstukken uit het regeerakkoord op te pakken. Het programma bevat onderwerpen als wonen, bereikbaarheid, klimaat, energie et cetera. Het extra geld dat gemeenten hiervoor krijgen, is niet geoormerkt, noch zijn er op VNG niveau concrete afspraken gemaakt over de inzet van middelen. Wij zijn van mening dat ons coalitieprogramma en de door ons voorgestelde inzet van financiële middelen in lijn zijn met wat het Interbestuurlijk Programma beoogt. 

 

De begrotingsruimte voor de komende jaren beschouwend, zien wij een toenemende ruimte, waarbij het jaar 2019 in negatieve zin afwijkt. Wij kiezen ervoor om ten minste op termijn structureel sluitende begrotingen voor te leggen. Het zonder inzet van incidentele middelen niet sluitend zijn van het begrotingsjaar 2019 is daaraan ondergeschikt. 

 

 

Vanuit deze visie is er structurele begrotingsruimte beschikbaar vanaf 2020 ten minste jaarlijks  €1.800.000, vanaf 2021 meer. 

 

 

Inzicht in het vermogen

De positie van de Algemene Reserve is aanmerkelijk verbeterd, met name door de toevoegingen vanuit de risicoreserve sociaal domein en de tussentijdse winstneming uit grondexploitatie. In het overdrachtsdocument is een beschikking over de Algemene Reserve - om het voorgestelde incidenteel beleid te dekken - verwerkt van  €4.700.000 en vastgesteld dat de reserve daartoe, in het licht van risico's en weerstandsvermogen, die mogelijkheid biedt. 

 

Wij kiezen voor een wat andere insteek vanuit onze opvatting dat winsten behaald met de exploitatie van industrieterreinen - en overigens ook vanuit de voorgestane nieuwe woonlocatie Akkerlanen - ten goede moeten komen aan Waalwijk en de inwoners die er leven en werken. Deze winsten zijn met de kennis van nu zo goed mogelijk berekend en er zouden dan in de komende bestuursperiode uit grondexploitatie winsten kunnen worden genomen tot  €25.000.000.  Maar er zijn onzekerheden over de exacte bedragen en over de momenten waarop. Ook moet er rekening mee gehouden worden dat er per eind 2019 op grond van de voorschriften tegen aankoopwaarde geregistreerde gronden met  €7.000.000 afgewaardeerd moeten worden naar de waarde in huidige bestemming (landbouwgrond). Daarnaast willen we wijzen op de onzekerheden rond de uiteindelijk voor GOL, Insteekhaven en Museum definitief benodigde bedragen en mogelijk extra noodzakelijke/gewenste investeringen zoals het treffen van maatregelen om de geluidsoverlast van de A59 te reduceren. Concrete dekkingsmiddelen hiervoor zijn er (nog) niet en er kan niet geanticipeerd worden op nog niet gerealiseerde winsten uit grondexploitatie. 

 

Wat is wel concreet aanwezig?

 

De in 2017 toegevoegde winsten uit Haven 7 ( €3.7.00.000) en afbouw Haven 1 tot en met 6 ( €3.600.000) hebben geleid tot een surplus van  €6.500.000 boven het aan de reserve grondexploitatie gestelde maximum/minimum van  €5.000.000. Het surplus is gestort in de Algemene Reserve.

 

Alles overwegend willen wij de komende bestuursperiode als volgt handelen:

 

Vanuit de algemene reserve zonderen wij een bedrag van  €6.500.000 af in een nieuwe bestemmingsreserve Beleidsreserve 2019-2022 ten behoeve van intensivering van beleid in de jaren 2019-2020-2021-2022. Jaarlijks zullen wij bij de begroting aangeven wat de beschikking over die reserve in het betreffend begrotingsjaar zal zijn en maken we de benodigde bedragen vrij uit de reserve. 

 

Per eind 2019 worden de gronden gelegen in Haven West (het oostelijk gedeelte) voor een bedrag van  €7.000.000 afgeboekt ten laste van de reserve Grondexploitatie en voor het eventueel niet toereikend deel ten laste van de Algemene Reserve. We accepteren daarmee dat de reserve Grondexploitatie op nihil komt, zich tijdelijk onder het door de raad vastgestelde minimum van  €5.000.000 bevindt en dus niet behoeft te worden aangevuld uit de Algemene Reserve. Aanvulling van de reserve tot  €5.000.000 zal geprioriteerd plaatsvinden door toevoegingen van winsten behaald met de grondexploitatie. 

 

Vanuit de te realiseren winsten in verband met grondexploitatie wordt zo in eerste instantie de reserve Grondexploitatie weer op het vereiste minimumniveau gebracht. Vervolgens kan overwogen worden door de raad op voorstel van college om het surplus toe te voegen aan de bestemmingsreserve Beleid 2019-2022. 

 

Voor de komende bestuursperiode is ten minste beschikbaar een eenmalig bedrag van  €6.500.000 voor nieuw beleid. Daarnaast kunnen beschikbaar komen: de overschotten die zich in de exploitatie voordoen en de winsten behaald met grondexploitatie nadat de reserve Grondexploitatie het vastgestelde niveau van  €5.000.000 weer heeft bereikt.

 

Alles wat incidenteel op de begroting staat, wordt na twee jaar geëvalueerd. Daarna wordt gekeken of structurele dekking noodzakelijk of gewenst is. Met structurele dekking bedoelen wij dekking voor de komende coalitieperiode van vier jaar. 

 

Belastingen en Heffingen

Zeer onlangs is de 'Atlas van de lokale lasten 2018' verschenen. In dit onderzoek van het COELO worden 380 gemeenten in Nederland vergeleken op onder meer tarieven van OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten. Hieruit blijkt dat Waalwijk de 28e plaats van goedkoopste gemeenten bekleedt.

Ter vergelijking:

Waalwijk 28
Heusden 62
Oosterhout 116
Dongen 186

Loon op Zand

298

Waalwijk heft voor woningen ongeveer gemiddelde tarieven (voor niet-woningen zijn de tarieven aanmerkelijk lager (bijna 26%) dan het gemiddelde tarief van Nederlandse gemeenten), de afvalstoffenheffing is in Waalwijk uitgesproken laag (€198,- voor een meerpersoonshuishouden tegen €253,- gemiddeld en ook het rioolrecht ligt in Waalwijk lager dan gemiddeld (€143,- voor een meerpersoonshuishouden in een eigen woning tegen €194,- gemiddeld).

Het is onze intentie om in de komende bestuursperiode niet tot tariefverhogingen, anders dan in verband met inflatiecorrectie, over te gaan. Dit geldt voor alle tarieven van belastingen, overige heffingen en vergoedingen voor het gebruik van sportaccommodaties.  

Wij overwegen wel om nachtverblijfbelasting in te voeren voor kort verblijvende huurders. Niet om extra inkomsten te verwerven, maar om de kosten van toezicht en handhaving te dekken. Wij gaan ervan uit dat de huidige pilot (het eerste uur gratis parkeren) een structureel gevolg krijgt onder voorbehoud van de evaluatie hiervan die 21 juni 2018 door de raad zal worden besproken. Voortzetting van de pilot betekent dat de opbrengsten naar verwachting de kosten zullen dekken.

De drie grote projecten en het sociaal domein

Dekking van de jaarlijkse lasten van de drie grote investeringen in Museum Plus, Oostelijke insteekhaven en de GOL zijn in de begroting vanaf het jaar 2020 geheel gerealiseerd.

Wij accepteren dat loon- en prijsstijgingen kunnen leiden tot overschrijdingen van de geraamde kosten, maar houden hiermee nu niet op voorhand rekening. Wel zullen wij in de begroting geraamde bedragen voor deze investeringen die nog niet benodigd zijn reserveren voor de dekking van loon- en prijsstijging.

Voor de uitvoering van het sociaal domein en de oude Wmo zijn taakstellende budgetten in de begroting geraamd.

Gezien het open eind van diverse regelingen in het sociaal domein accepteren wij hier overschrijding van de begrotingsbudgetten. Hiervoor is een risicoreserve gevormd van maximaal €2.000.000.

Duurzaam financieel beleid en beheer

De gemeente heeft haar zaken financieel op orde. Het voorzieningenniveau in Waalwijk is hoog en bijvoorbeeld scholen zijn gehuisvest in prima toekomstbestendige gebouwen. Dit heeft wel wat gekost. De schuld van Waalwijk in de vorm van aangetrokken geldleningen is relatief hoog (€160 miljoen), ook in verhouding tot het eigen vermogen (€80 miljoen).  Een indicatie vormt ook de financieringspositie en die was bij de begroting 2018 zo'n €50 miljoen negatief (financieringstekort).

De komende jaren staan grote investeringen op het programma (GOL-insteekhaven-museum) voor circa €60 miljoen.

De rente is momenteel historisch laag (we financiëren met gemiddeld 1,5% rente) en hogere rente op het moment dat geld aangetrokken moet worden leidt direct tot dekkingsproblemen en begrotingstekorten. Het gaat er niet alleen om dat de huidige begrotingen in staat zijn alle lasten te dragen. We voelen ook de verplichting en verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat we generaties na ons niet opzadelen met financiële problemen als bijvoorbeeld tot vervanging van investeringen moet worden overgegaan.

We moeten slim omgaan met bijvoorbeeld winsten uit grondexploitatie, erfpachtconstructies, de inzet van reserves en het aantrekken van geld. De komende vier jaar zal dit extra aandacht krijgen.

Financiële vertaling van voorgenomen beleid

In de bijlage bij dit coalitieprogramma is een compleet overzicht ingesloten van de financiële vertaling van het beleid voor de komende vier jaar.

Exploitatie

Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrotingspositie:

  2019 2020 2021 2022
Begrotingsruimte voor coalitieprogramma 265.000 1.862.000 2.246.000 2.933.000
Voortzetting van t/m 2018 gedekt beleid -70.000 -70.000 -70.000 -70.000
Nieuw beleid -866.000 -1.053.000 -1.195.000 -1.237.000
Inzet Beleidsreserve 671.000      
Begrotingsruimte na coalitieprogramma 0 738.000 981.000 1.626.000

Het begrotingsjaar 2019 wordt sluitend gemaakt door inzet van de Beleidsreserve voor een bedrag van afgerond €671.000. Dit jaar is daarmee niet structureel sluitend. De overige jaren 2020-2021-2022 geven overschotten en zijn structureel sluitend.

 

Beleidsreserve 2019-2022

Hiervan kan het volgende overzicht worden gegeven:

Overheveling vanuit de Algemene Reserve 6.500.000
Voortzetting van t/m 2018 gedekt beleid -1.200.000
Nieuw beleid -3.010.000
Dekking begrotingstekort 2019 -671.000
Stand na uitvoering coalitievoornemens 1.619.000